Pro rege - pagina 173
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE ONS GEGEVEN MACHT. korrelken geloof hadden. Dat hadden ze wel terdege.
ze geen
omdat de opschieting van den stengel
dit
kon worden geworpen, dan doelt
berg, die in zee
Maar
de kiem van hun geloof
uit
genoeg was geweest. Past Jezus
krachtig
niet
167
nu toe op den zeer zeker niet
dit
op magische proefnemingen, maar duidt aan, dat de kracht, die zich de kiem van hun geloof ontwikkelen kon, een macht zou blijken,
uit
weerstand van de
eiken
die
demonische werking
Dit vermogen, dat Jezus aan
tartte.
om wonderen
ren verleende,
van de daarachter schuilende
stof en
te
doen,
zijn
was alzoo de macht des
die in onze natuur gelegd was, die inzonk door de zonde,
werd door het
steld
geloof, en door dat geloof tot
kon worden opgevoerd. En tevens allereerst
richt
blijkt,
jonge-
geestes,
maar her-
hooger vermogen
dat Jezus dit
hun vermogen
op de wegneming van de gevolgen van den vloek.
Ze zullen demonen uitwerpen en kranken genezen. Alle krankheid, kwaal. Het geestelijk karakter van hun geloofsmacht staat hierbij
alle
dan ook zóó zeer op den voorgrond, dat Jezus, die doordringt
heid
tot
van Jezus
in
gedaan
althans in slaan toe:
heeft.
„Voorwaar,
Goddelijke
de
in
13.
demonische doet triomfeeren.
hem
in
zijn
niet gelooft
hij
natuur.
zijn
woorden, geloove niets anders
alzoo,
ik
ulieden,
Dan
zetelende
die in mij gelooft, de
ook doen, en zal meer doen dan deze." dat Jezus zijn eigen
menschelijke natuur plaatst,
hem
om
wat natuurlijk op
wonderwerken. En nu voegt Jezus hieraan
voorwaar zeg
blijkt
Jezus wijst daar op de werken, die
zijn werken." Iets
ik doe, zal
hieruit zijn
„Wie
dan op
kan,
buiten
dat
heilige over het
Johannes 14:
hem om
werken, die
Ook
krank-
verband hiermee dient ook gelet op die geheel andere uitspraak
In
hij
alle
de demonische inwerking van den vloek, ook
hun geestesmacht het
in
bij
om
wonderwerken
ze af te leiden uit zijn
toch zou er geen sprake van kunnen
wondermacht
de discipelen, die uiteraard alleen der
zich
zijn
zijn,
ook zou openbaren
/77e/zsc/ze////:e
waren. Hij scheidt zich zelven niet van
niet
in
natuur deelachtig
jongeren, noch wijst hen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's