Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 168

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 168

2 minuten leestijd

VOOR DEN DIENST.

164

dan

uitweg, zijn

dat

men

dadelijk

in

eigenlijke

het

gebouw

inga,

en

plaats inneme.

Maar dan moet er ook naar gestreefd, dat men elkaar leert kennen, dan men elkaar niet als vreemden bejegent, in elk geval elkander de hand drukt, elkander in het oog ziet, en vraagt naar elkanders welstand. Tegen een zich daaruit ontspinnend gesprek, bestaat dan ook niet de minste bedenking, mits natuurlijk de bescheidenheid niet verzaakt worde, de één den ander niet poge te overschreeuwen, en het niet

een

staan

van

dooreenwarring

van

zitplaats,

om

zijn

allerlei

een

stemmen worde.

Zelfs het op-

anderen broeder, wien men

iets te

zeggen

heeft,

even toe

te

spreken, of na herstel uit krankheid of der-

gelijke

hem de hand

te

drukken, zou

in

het minst niet in strijd zijn

met het karakter der vergadering. Dat stijve, overplechtige en alle vertrouwelijkheid doodende van de grafstilte is gemaakt en onnatuurlijk. Daar ijveren we nie.t voor, maar daar stellen we ons uit beginsel tegenover.

Vooral voor onze kinderen

is

dat glad verkeerd.

Onder den dienst

moeten ze uiteraard stil zijn, maar zoolang de dienst niet aanging, moet ge ze niet drukken noch benauwen. In de apostolische Gemeenten ontmoette men elkander zelfs met „een heiligen kus." Dat was Grieksche usantie, een usantie die bij ons niet gaat. Maar onze usantie is elkaar de hand te drukken en een vriendelijk woord te zeggen, en wie dit verzuimt schiet in Christelijke beleefdheid en vertrouwelijkheid tekort.

Dat vullen

den ledigen tijd, met lezen uit den Bijbel en met daarom allerminst aanbeveling en is zelfs beneden de waardigheid van het heilige. Dat lezen toch uit de Schrift en dat zingen hoort in den dienst, en moet niet vóór den dienst plaats hebben. Voor den overgang uit het saamkomen tot het eigenlijke „vergaderen, van

zingen, verdient

den dienst meest natuurlijke en teneinde

gaan voeren", is voorts het orgelspel de aangewezene afleiding. Gelijk de heer Verveen het in het Hollands Kerkblad zoo schoon van de muziek zong, heeft de muziek ook als zoodanig een heilige, van God verordende roeping, en zulks wel, om, gelijk Calvijn het uitdrukt, „de harten te roeren en zacht mee te sleepen". Verveen zong aldus: uit

te

als vanzelf

Vloei, heldre klankenstroom Gij

met lieflijk tonenmenglen, gave van den Heer, den Schepper van 't heelal, !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 168

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's