Onze eeredienst - pagina 286
INLEIDING DOOR GEBED OF GEZANG.
282
mag worden
maar
ingelascht;
midden
toch,
in
de predicatie
in liturgisch beter
is
het
georganiseerde
gezang veel minder op zijn plaats, en kerken dan ook nimmer in gebruik geweest. Doch hierover later. Voor uit dezen objectieven Dienst tot het subjectieve deel met de predicatie wordt overgegaan, is het Gemeentegezang in elk geval op Ten eerste als overgang, en ten tweede omdat goede zijn plaats.
Gemeentegezang tevens als middel kan gebruiken, om het gemoed voor de predicatie in den goeden toon te zetten. Al naar de te volgen predicatie het behoeft, kan het Gemeentegezang het gemoed zetten in een toon van aanbidding, van bewondering, van ootmoedigheid, van schuldbesef, van klacht, of van dankzegging enz. keuze
het
Toch
is
de predicatie niet altoos zóó scherp geteekend, dat die toon Doch ook dan moet toch het Gemeentegezang den is.
bepalen
te
De Gemeente moet
overgang maken.
zelve aan het
eerst als zij uitgesproken heeft, begint
Winste
het
is
zoo
daarbij,
de
woord komen, en
de voorganger weer.
waarover de predicatie
tekst,
zal
loopen, vooraf en op hoogst eenvoudige, bloot formeele wijze, kortweg is
medegedeeld. Wie na den objectieven Dienst besloten, en een kort te hebben, op gansch gewone, kalme manier
oogenblik rust genomen
„Alsnu
zegt:
den
tekst
woorden wat,
en
woorden in
b.v.
laat volgen,
deelt is
Luk.
in
mede wat
wil
Alle
4
:
18,
tot
de predicatie, waarvoor ge
in
deze woorden, en dan die
doet gevoelen dat er nu
wachten
te
opzet
op het
is.
iets
nieuws begint, zegt
Alle ophef of deftigheid van
Geen nieuwsgierigheid
hier misplaatst.
spanning.
verrassen
worden overgegaan
zal
leest
wordt gemeden,
laatste
oogenblik.
trekt af of
houdt
alsof men de geloovigen De eenvoud komt tot zijn
recht.
nu de Gemeente aan die eenvoudige mededeeling van den waar de predicatie haar heen zal leiden, en volgt daarop een gezang, dat het gemoed in een toon zet, die bij den gekozen tekst past, dan verkrijgt ge een harmonisch geheel, dat weldadig aandoet. Iets waar te meer behoefte aan bestaat, omdat degene die prediken zal, veelal in zekere zenuwspanning verkeert, die pas overgaat als hij goed en wel in de predicatie is. Dit zenuwachtige nu maakt hem Voelt
tekst,
onwillekeurig is
gejaagd,
en
gelijk
het met alle zenuwachtigheid
aanstekelijk, en deelt zich zoo licht aan het
Ook
is,
ze
gehoor mede.
uit dit oogpunt is het daarom zoo gewenscht dat de Dienaar verzuime dat hem zelven rustig stemmen kan, en juist daardoor de rustige stemming ook bij de Gemeente kan bevorderen.
niets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's