Onze eeredienst - pagina 225
FORMULIEREN VOOR SCHULDBELIJDENIS.
Of
221
het niet zoo, dat de kerk van Christus voor haar gebeden ook wat den vorm betreft, het Onze Vader als norma te eeren heeft ? In dat Onze Vader nu heerscht van het begin tot het einde de dusgenaamde gnomische dictie, d. vv. z. het bestaat uit een reeks van op elkander volgende korte smeekingen, die zonder tusschenzinnen, veelal zelfs zonder verbindingswoorden, op elkander volgen. Niet dat het enkel uit smeekingen bestaat. Integendeel het begint met een aanroeping, en voegt bij die aanroeping een belijdenis. Bij de bede om schuldvergiffenis haakt het een verklaring onzerzijds aan. En aan het slot loopt het uit in een doxologie, ook al komt het ook is
steeds,
voor
in
een vorm, die deze doxologie weglaat.
Maar ook
aanroeping,
die
die
belijdenis,
die
verklaring,
en
die
Ze loopen in zeer korte zinsneden af. Ze kennen geen tusschenzinnen. Ze zijn op het eerste hooren te volgen. Ze zijn licht in het geheugen te prenten. Ze staan op zichzelf. Ze redeneeren niet, maar uiten en betuigen. Voorts heerscht er in het Onze Vader juiste volgorde, symmetrie, Het is niet onverschillig welke bede vooren proportioneel verband. opgaat, en welke volgt. De drie eerste beden staan symmetrisch tegenover de volgende. En elke bede neemt juist zooveel plaats in, dat het geheel schoon in zijn proportiƫn afloopt. Die gnomische dictie nu in het Onze Vader vindt ge op zekeren afstand in alle gebeden der Heilige Schrift terug. doxologie,
Ge niet
ze
vindt
alle
zijn
ze
kunstmatig
de verzen afgedeeld, en gevoelt dat die indeeling
in is
aangebracht, maar
Zeker een gebed of
als
dat
kort.
als
van Salomo
van Ezra en van Nehemia
schoonheid
harmonie
van
bij
het gebed inzit.
in bij
de inwijding van den tempel, is
veel langer, en haalt niet in
het allervolmaaktste gebed.
Maar toch
gebeden blijft rhythmus heerschen, zijn tusschenzinnen zeldzaam, en komt het telkens op een bepaalde bede neer. Het is en blijft bidden. Bidden op een wijze, die als vanzelf is te volgen. Bidden in zekere orde en met vasten gang. Hieruit volgt, dat het bidden in de kerk des Nieuwen Verbonds niet achter Salomo en Ezra mag teruggaan, maar zich als richtsnoer veeleer zelfs in die langere
dat
hoogere ideaal
te
kiezen heeft, dat Christus ons zelf in het
Onze
Vader voorhield.
En
daaraan
die mate als
We
nu
beantwoorden de gebeden
men wenschen
in
onze Liturgie
niet in
zou.
maken geen aanmerking op den inhoud dezer gebeden, we
oefenen nu alleen critiek op hun vorm.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's