Onze eeredienst - pagina 165
VOOR DEN DIENST.
bespreken daarbij eerst het karakter van het bijeenzijn, eer
en
zelve,
161
de eigenlijke vergadering aanvangt.
voorloopig
Zulk
bijeenzijn
in
is
den regel
niet te mijden.
Reeds
kwartier, een half uur van te voren toch verzamelen zich de ge-
een
hun
met
loovigen
vooraf-samenzijn
kroost.
gekend geweest, dat deur aan werd toegevoegd.
Op
een
dorp,
een
in
op hem
uur
het
er
tijden
druk bezochte beurten, kan dat loopen en te Amsterdam zijn
zeer
Bij
over
zelfs
,
nog een
half
uur en meer vóór de kerk-
waar ieder
kleine kerk,
die komt, weet dat
niet, maar eenigen tijd ook daar het kerkgebouw, en bij fraai weder bestaat niet zelden de gewoonte, dat men een half uur van te voren buiten de kerk samenkomt, en dan op het klokgelui of op een gegeven signaal gezamenlijk in stille, rustige orde het gebouw binnentreedt. Hoe ook bezien, er is dus altoos zekere tijd, kort of lang, dat allen of velen in of bij het kerkgebouw bijeen zijn, eer de dienst aanvangt. Welk karakter moet aan dit voorloopig En dit nu stelt de vraag bije enzijn worden toegekend ? teneinde daardoor tot de wetenschap te komen, wat men onderwijl te doen heeft en hoe men zich in dien
plaats
zijn
vooraf
toch
zich
vult
wacht, loopt dat zoo lang
:
—
tijd
gedragen.
zal
En dan verhelen we
niet,
dat
o.
i.
de daaromtrent
in
breeden kring
meestal heerschende zienswijze niet strookt met het door ons beleden beginsel.
gebeden
na
met
zitten,
mag, stilte
in, dat men in de kerk geden zegen, muisstil heeft neer te
heerschende zienswijze toch houdt
Die
komen, en
hebben
buurman
zijn
in
te
om
rechts noch
met
afwachtende houding heeft
afbreekt, onderwijl
men met
te
zijn
buurman
blijven, tot
links spreken
de voorlezer de
niets anders bezig zal zijn
dan met
het lezen in de Heilige Schrift of in zijn Psalmboek.
De bedoeling worden
is
afgeleid,
dan, dat de „godsdienstige aandacht" door niets zal
maar geheel op de
heilige dingen zal
worden saam-
getrokken, en zoo voorbereid op het aanhooren van de predikatie.
Men
wil
verhoogen
;
daardoor
het
plechtige,
het statige, het
de ontvankelijkheid van de
ziel
indrukwekkende en wat men
bevorderen
;
noemt „stemmig" maken. Enkelen als
dreven dit zelfs zoover, dat ze het hoog kwalijk namen, twee naast elkaar zittende geloovigen ook maar één oogenblik met
elkander zaten dit
niet
zoo
te
spreken, en omdat ze niet
zacht
fluisterend
deden,
of
te
er
fijn
kon
van gehoor waren, iets
van gemerkt
worden. 11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's