Onze eeredienst - pagina 533
DE BEVESTIGING
IN
HET AMBT.
529
mededeeling van een geestelijk element plaats grijpt. Hierin echter stelden zij zich tegen Rome over, dat zij de werking van den geestelijken factor niet van den ambtsdrager, maar van Christus Tweeërlei opvatting is hier natuurlijk mogelijk. Men lieten uitgaan. kan staande houden dat de geestelijke werking van het Sacrament den gedoopte of den Avondmaalganger toekomt door den Bedienaar, met dien verstande, dat Christus aan den Bedienaar zulk een macht verleent, en dat de Bedienaar deze macht laat werken op den persoon Sacrament een
Sacrament zoekt. Doch dit werd onzerzijds ontkend, en daarendat de geestelijke werking op den persoon die het Sacrament ontvangt, rechtstreeks van Christus uitgaat, maar dat deze werking gebonden is aan de voorwaarde, dat er één zij, die, in gedie het
tegen
gesteld,
hoorzaamheid aan Christus' instelling, het Sacrament bedient, en een tweede die het Sacrament in den geloove begeert. Volgens de door ons verworpen voorstelling gaat de werking van Christus op den Bedienaar uit, en van den Bedienaar op de geloovigen. Naar onze overtuiging moet wel de Bedienaar de voorwaarden vervullen die Christus beval, maar gaat de werking rechtstreeks van Christus op de geloovigen uit. Het is er mede als met de electrische vonk. Die vonk vuurt niet, tenzij het daarvoor noodige toestel is opgezet en er iemand zij die de negatieve en positieve kracht op elkaar doe werken. Maar als dan die vonk vuurt, gaat dit vuur niet uit van den desrapport brengt, maar eeniglijk van de kundige, die beide in Zoo blijft dus onze elementen waaruit de electriciteit opkwam. stelling, dat het Sacrament niet tot stand komt zonder den Bedienaar, maar dat het daarom allerminst tot stand komt door den Bedienaar. Verschijnt de Bedienaar niet, dan kan er geen Sacramenteele werking plaats hebben, maar al voegden twaalf Bedienaren zich saam, toch
kunnen
zij
zelven
nooit de geestelijke werking te
weeg brengen,
die
alleen van Christus zelf in de geloovigen kan uitgaan.
Dit
verschil
ambtsdrager. tot
nu
Wie
beheerscht
geheel
de positie van den kerkdijken
acht dat een Sacramenteele werking door den Bedienaar
stand wordt gebracht, moet wel onderstellen, dat Christus aan den
Bedienaar hiertoe de mystieke kracht, het geheimzinnige vermogen heeft ingeplant. Hij daarentegen, die de Sacramenteele werking van Christus
den Bedienaar niet anders zien dan den lasthebber van Christus, die in gehoorzaamheid zich voor Hem heeft te buigen, en te doen en te spreken heeft datgene wat Christus bevolen heeft, niet alsof dit een magisch middel was waardoor het Sacrament
zelf laat uitgaan,
zijn
kan
in
kracht oefent, maar als de voorwaarde waaraan Christus zich zelf
34
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's