Onze eeredienst - pagina 539
1;
DE BEVESTIGING
IN
HET AMBT.
535
der instelling van het heilig Avondmaal uit Matth. 28 en uit
worden aangehaald.
1
Cor.
1
wat dan volgt over de RegeeHier komt slechts één citaat in voor en wordt het ring der kerk. overige wel met Schriftwoorden, maar zonder aanhaling, in goede orde saamgevlochten.
opgevat
Beter
Alleen
is
opgemerkt, dat
bij de Regeering der van de Ouderlingen, aan wie deze Regeering evenzoo toekomt. Gelijk het er nu toch staat, geeft het den schijn, alsof aan de Dienaren een macht is verleend van geheel exceptioneel karakter, terwijl toch in zake de Tucht b.v. hun geen hooger zij
hierbij
kerk melding had behooren gemaakt
zeggenschap toekomt. de
positie
der
Ook
Dienaren,
is
die
te zijn
het hier hinderlijk, dat de teekening van
gegeven
schreven, hier nogmaals wordt opgevat.
waarom de Herders
was
eer
hun taak werd om-
Als er toch staat
:
„Dit
is
de
ook genoemd worden Huisverzorgers Gods, en Bisschoppen, dat is, Opzieners en Wachters; want zij hebben opzicht over het Huis Gods, waarin zij verkeeren teneinde aldaar alles met goede orde en betamelijkheid moge toegaan, en dat met de Sleutelen des hemelrijks, die hun bevolen zijn, ontsluiting en toesluiting gedaan worde, volgens den last, hun van God gegeven," zoo raakt dit niet de taak, maar de bevoegdheid, zoodat het niet staat waar het hoort. Toch is dit teveel hier niet toevallig. Terstond daarop toch spreekt het Formulier nogmaals, in breede trekken zelfs, van de positie van het ambt, laat de taak weer geheel varen en komt weer terug op wat het Formulier in den aanvang gaf, een betoog namelijk dat Christus het ambt gewild en ingesteld heeft, en dat het blijven moet tot aan de voleinding der wereld. Zekere zelfverheffing op eigen ambt is in dit woord, dat natuurlijk door een Dienaar gesproken werd, niet te miskennen. Vooral de roem dat door het Herdersambt „zoo groote dingen" uitgericht zijn, moge zich rechtvaardigen laten, maar is in den mond van een Dienaar der kerk een wanklank. De Dooperschen weten dan ook niet, hoeveel kwaad ze door hun verzet tegen het ambt ook aan onze kerken berokkend hebben. Niet alleen toch, dat om hunnentwil dit oorzaak,
in
de
Schrift
—
Formulier
door hun
faalt in zijn
geroepen, die ting van het
bij
evenredigheden, maar wat veel sterker spreekt,
tegen
verzet
het
ambt hebben
de Dienaren zelve maar
ambt geleid
Na deze breede
ze een reactie in het leven te
al
dikwijls tot overschat-
heeft.
inleiding over de positie en de taak van het
ambt
der Dienaren, wordt nu tot de eigenlijke bevestiging voortgeschreden.
De beroepen Dienaar moet
daartoe voor het oog der Gemeente op-
staan en antwoord geven op de drie vragen
:
1
of
hij
van de wettige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's