Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 251

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 251

2 minuten leestijd

GEEN BIECHT.

geving

door

niet

de

ouderlingen,

247

maar door den Heer), doch heel

anders: „Belijdt eikanderen de misdaden, en bidt voor elkander, opdat

En ook dit laatste wordt niet voorgesteld als een priesterlijke daad, maar als een daad Gods, want er volgt op: .Het gebed eens rechtvaardigen vermag veel." Niet: Want het gebed van een priester vermag veel, maar van een rechtvaardige. En ook, de genezing komt niet door een priesterlijke machtsdaad, maar van God op het gebed. Afgezien hiervan werd voorts opgemerkt, dat vergeving der zonden niet magisch kan toegaan. Ze hangt af van de gesteldheid van het Als er oprechte belijdenis is en die belijdenis komt uit een hart. berouwvol, gebroken hart en uit een verslagen geest, waar wel waarlijk geloof in heerscht, dan is er vergeving. Kon dus een mensch over de gesteldheid van het hart naar waarheid oordeelen, dan, maar ook dan alleen, kon hij met personeele toepassing tot dezen of tot genen zeggen „Uwe zonden zijn u vergeven." Jezus had die kennis, wist wat in den mensch was, en daarom kon hij de absolutie hij personeel toepassen. Neemt men dus aan, dat de Apostelen in gelijken zin als Jezus de absolutie konden schenken, dan onderstelt men daarbij, dat hun de macht verleend was, om het hart van wie zich presenteerde, te doorgronden. En acht men, dat deze apostolische macht thans nog in de kerk resideert, en door den priester kan worgij

gezond wordt."

:

den

uitgeoefend,

buiten

dan

onderstelt

men van tweeën

één,

óf

dat

die kennisse van het menschelijk hart bezit, óf wel dat

priester

zulk een kennis, een verborgen leiding wordt gegeven,

absolutie

alleen

aanwijst.

Dan

belijdenis

geen

te

schenken

aan

wie

de

elk

hem,

om

de

hem

leiding des Geestes

echter ware evenals

bij Jezus de voorafgaande schuldonmisbaar vereischte. Hetzij door eigen inzicht van het hart, hetzij door die verborgen leiding wisten ze dan, wie wel, wie niet vergeving van zonden heeft, en diensvolgens konden ze absolutie schenken of weigeren. En stelt men dit niet, acht men voor-

schuldbelijdenis als conditio sine qua non, dan komt het weer op de vraag naar de oprechtheid dier belijdenis neer, en

afgaande altoos

baat het

niet,

of

men

al

aan de Confessio oralis de Contritio cordis

laat

en de Satisfactio er op volgen laat, eenvoudig omdat noch de Confessio met den mond, noch de Satisfactio operis vast een zekere teekenen van oprecht berouw zijn. Het voorwaardelijke blijft voorafgaan,

daarom iemand heb

ter

laatste

instantie

altoos aan de absolutie kleven.

die de absolutie ontving, van achteren

den

priester bedrogen",

dan

bij

En

zichzelven weet

:

als „ik

neemt deze wetenschap zelve toch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 251

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's