Pro rege - pagina 531
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE UEBERMENSCH.
525
zegt de apostel, zal zijn te niet gedaan. Er wordt niet ten huwelijk
De
gegeven, noch ten huwelijk genomen.
Het
weg. 't
is
niet
maar
het aardsche,
het
Schittert er alles in gloed en glorie, en
weg
oplevert, zinkt
mensch
de
in
Jezus heeft niet
maakte overgegaan
wat
in
maar
gedeeltelijk,
moge ons van
kapel
is uit
niet meer,
Het
er in die
geheellijk.
tot
nog
alle
waakt
eeuwen door. Het
hoogere sferen
De overgang uit
is
uit
worden kon.
de rups
in
de
die aardsche in de hemel-
want rups en kapel
niet volledig toe,
met
is
valt
beperktheid, alle
alle
Men
sterft er
heeft er geen behoefte aan rust en slaap.
er
op
is
een eeuwig bestaan, dat geen vermindering of is
in
volle klaarheid en
geen smart en geen
maar een eeuwige engelenlach. En hoe eenig
uit
hindernis, die hieruit voortvloeit.
verzwakking kent. Er
verre
Toch
schittert.
onze aardsche bedeeling. Al wat aardsch
maar ook, men
leven
de majesteit
wat deze aarde van die existentie
het rijk der heerlijkheid weg, en zulks
belemmering en
bij
zulk een overgang een flauwe afschaduwing
existentie volstrekt
behooren beide
schoonst wat onze aarde
ook op die heerlijkheid aangelegd.
geven, toch licht ze ons den overgang
sche
't
van lichaam verwisseld, maar zijne ééne en geheel
dezelfde lichamelijke existentie
Niet
een hemelsch paradijs,
de zalige gewesten
in
grondtype
zijn
is
onbeduidendheid, vergeleken
in
en glans waarin het leven
in
afstanden vallen er geheel
zult
gaat ongestoord alle
lijden.
Er
is
geen traan,
ge u dan ook maar van
denkbeeld, eenige voorstelling vormen van de aldoor-
dringende kennis, van de alomvattende werking en van de allesbe-
heerschende machtsopenbaring, die schelijke natuur aan de rechterhand
Hierop
denken zijn
moest nadruk
van Jezus
zich nu
we
zijn
op
Gods
omdat
ter zijner
uitschittert,
aardsche beperktheid.
men-
beschikking heeft?
niets zoozeer als het zich
alle
weg
manier
staat.
Wij
het
blijft
Stelt ge
u
zijn
beperkt,
gebonden. En ook
een menschenkind voor, dat onder
hoogste
reeds naar zijn
onze aardsche gestalte aan de erkenning van
Koninklijke macht in den
aardsch,
't
in
gelegd,
uw Koning
toch
zijn
altoos
nu zoo ook
al
we
stelt
zijn
men
medemenschen op
een
mensch
uw Koning
in
zijn
voor, als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's