Pro rege - pagina 116
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REGE.
110
erkent en inziet. Eer het tegendeel
ge
naar
en niet dan
wilt,
om
stenaar vinden, die
van
uiting
innerlijk gezien beeld,
Veeleer in
is
den
Gode
ook voor
objectiveering van zijn
hulde toebrengt,
maar Gode de eere
hem,
niet
te
zelfingenomenheid en dorst naar wierook voor het kunstenaars,
der
kring
allerminst vreemd
zelfs
geven. talent,
van onze beste mannen, een
Altaar
verschijnsel.
inspi-
zijn
die na volbrachte
als zijn inspirator openlijk
aanmanend,
ge den kun-
zult
nog een kunstenaar,
gemoed en na welgelukte
zijn
publiek
hooge uitzondering
inspiratie bidt, en
zijn
dankt, en veel minder
ratie
het
bij
waar. Spreek welken kunste-
is
na
wordt opgericht,
altaar
wierookschaal na wierookschaal wordt ontstoken, maar bijna altoos
den
voor
eeniglijk
God, wiens nederige
priester
kunstenaars daarover niet
evenzoo
den tempel der kunst, en
priester in
zijn
hij
valle
naijver van den een op den ander prikkelt
gaven
voor den man, die
ontving,
we
erkennen
in
kost
zoover, dat
te
doen hebben,
in
den
mate
Is dit
dit
aanwezig
aan Hem, van wien
schier altijd
we het
is
kunstenaarskring
bijzondere
hulde
toch
rijk
nederig
het
is,
blijven
hier
en
overvloedige
dubbelen
strijd.
Doch
al
te
en
zelf
weerspreken, dat vooral elkaar verheerlijken in
en dat met name
in
dezen kring de
de inspiratie den kunstenaar toekwam,
uitblijft.
nu reeds bedenkelijk voor den bouwheer, beeldhouwer,schilder
en toonkunstenaar,
zakelijk, dat
hij
en die woorden
in
dubbele mate bedenkelijk wordt
zijn in
is
inspiratie in beelden, die beelden in
bewusten kunstvorm overgiete. Zijns
geven van wat men ondergaat, produceert.
dit
Voor hem toch
der gedachten, en in die gedachtenwereld heeft
en
in aller hart,
ingenomenheid met
met een algemeen verschijnsel
kwalijk zich
aller
talent, veel genie,
dichter en voor den letterkundige in proza.
te
men onzen
onze mannen van
bij
de daad waar. IJdelheid en jacht naar eere schuilt
zichzelf. Juist
voor
hard. Gelijk verschijnsel toch neemt ge
te
onze mannen van wetenschap en
bij
Nu
moet.
niet
Vandaar,
dat
men
is
in
nood-
woorden, de wereld
zich rekenschap
in zich bevindt, in zich
juist
voor den het
opneemt
dezen kring de vraag
:
Van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's