Onze eeredienst - pagina 347
SLOT VAN DEN DIENST.
den
onder
Dienst
Hem
zich voor
Ze
vangen.
gemeenschap met haar God getreden.
in
Hem in
de
't
in
Niet
Gemeente
hart
een
op,
die
levensmoed vinden
wereld
in
gaan,
te
zich
om gesterkt en bemoedigd en om van haar God te getuigen,
leven en in Zijn hoede zich veilig te gevoelen.
te
Doorleeft alles
heeft
Woord van God op
heeft haar hart uitgestort en het
weer de
getroost
voor
Ze
verootmoedigd, haar zonde beleden en de absolutie ont-
inwerken. En nu staat ze gereed,
laten
343
't behoort, dan welt er onder dit van dank, van geluk, van verlossing en
dit gelijk
gevoel
zoekt,
uiting
en
die uiting
moet de Gemeente
den nazang. ze
alsof
huiswaarts
te
haar God,
die haar in het Bedehuis ontmoette,
met
Integendeel, juist de Dienst moet
keeren alsnu verlaat.
teweeg brengen, dat de Gemeente ook bij haar leven in de wereld, zich nabij haar God gevoelt. Maar wel treedt dit verschil in, dat in het Bedehuis en onder den Dienst
meenschap bijzondere
neemt, ieder
met
om
wereld dat
zijn
past.
vers
door
voor Het
een
medewerkte,
ontmoeten
te
om
maken,
deze geterwijl
dit
eigen huis gaat opzoeken.
dit
terugkeert,
hij
alles er toe
tot
gewaarwording van zelf een einde de schare het kerkgebouw verlaat, en zoo uiteengaat, dat
Eigenlijk moest de staan,
God
gevoel, deze bijzondere
als
weer
haar
den
mag
Gemeente voor en onder den nazang opstaan
en
te
kennen
natuurlijk
te.
te
lang
bestaan, en dat vers
zijn.
mag
lied
altoos op-
men nu
behoort de Dienaar zorg
nazang altoos zulk een
niet
geven, dat
te
in
de
dragen,
opgeve, dat daarvoor
Het moet nooit meer dan
uit
éen
zeker getal van regels niet overschrij-
En vooral zorge de Dienaar dat de nazang een lied zij, dat de Gemeente uit het hoofd kent met welks inhoud men vertrouwd is; en dat zich uit volle borst laat zingen. Bij het naderen van het slot van den Dienst is het niet zoo gemakkelijk het boek weer op te slaan, het opgegeven lied op te zoeken, en de woorden onder het zingen af te lezen. Men moet niet eerst
den.
geheele
door
het
;
lezen
in
den
zin
inkomen, maar, eer de
mond
en de keel
zich voor het zingen openen, in den inhoud van het lied inzijn.
Ook moet
op toegezien, dat het een vers zij van algemeene strekking, 't zij van aanbidding en lofverheffing, 't zij van dank en toewijding, 't zij meer een gebed om hulpe. En ook lette men er op, dat de wijs van het lied bij het slot van den dienst passé. Er zijn wijzen, die de Gemeente zóó door en door kent, dat ze er mede meegaat en er van zelf inleeft. Maar er zijn ook andere wijzen, die ze uit het bock moet aflezen, en die daarom het hart niet zoo aanstonds toespreken. er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's