Onze eeredienst - pagina 142
HET KERKGEBOUW.
138
opdat ook hun eere en hoogheid
ingericht,
de Gemeente zou erkend
in
en vertoond worden.
Doch
is
hiermee nu uitgemaakt dat het naar Gereformeerd beginsel, althans
in
Het
dat
feit,
zulke
er
geweest
banken
zijn,
staat vast.
het oog onzer vaderen, zoo hoorde ?
En dan moet geantwoord, dat
Wie
dit er in
het minst niet uit volgt.
had over het aanbrengen van zulke plaatsen destijds de beschikking? Was dit de kerkeraad ? Waren dit de Opzieners? Of voor het minst de Gemeente ? En dan zegt de historie het u wel anders. Neen, het zeggenschap over het aanbrengen van zulke banken lag
toch
destijds
bij
kerkmeesters
de burgerlijke autoriteiten zelven.
De kerkmeesters waren haar
.
Zij
creaturen.
benoemden de En zij lieten
al wat haar geviel. nu noemen „de Gemeenteraad" had over de kerkgebouwen het bestuur, en dit is zelfs te Amsterdam zoo gebleven tot in het begin dezer eeuw. Feitelijk heeft eerst een Roomsch koning a an deze zonderlinge toestanden een einde gemaakt. Lodewijk Napol eon. Deze hooge sier- en eerebanken waren dus geen plaatsen der eere door kerkeraad of Gemeente aan de autoriteiten aangeboden, maar gestoelten der eere die zij zich zelven hadden opgericht. De Gereformeerde religie was destijds Staatsreligie. De Overheid bezat een zeker gezag met opzicht tot de heilige dingen. De kerken waren onvrij. Een vrijwilligheidsbeginsel kenden ze niet. Ze leefden van prebenden of magistrale beschikkingen. En zoo ook bezaten ze zelven geen middelen om voor haar gebouwen te zorgen, maar ontvingen haar kerkgebouwen in bruikleen van de Overheid. Die Overheid stelde
door haar kerkmeesters doen
Wat
wij
<
daarom kerkmeesters aan. zich
voor
én
die
Door
kerkmeesters
die ker kmeesters lieten ze én voor als
haar creaturen, banken de r eere
En zoo nam de~Dverheid
timmeren. symbolisch,
positie
als
een
macht,
in het midden de r kerk'rook waarmee de onvrije kerk te
rekenen had.
Voor
het
hoogstens
banken
oordeel
dit
een
te
ééne,
van den kerkeraad volgt hieruit dus op zichzelf dat
dulden
de iets
Opzieners zagen.
Iets
in
het
dat
timmeren
wel
beter
van zulke ware weg-
te dulden was eenvoudig niets tegen doen. zichzelf spreekt het anders wel vanzelf, dat zulk een oprichting
gebleven, en dat er eigenlijk niet zijn moest, maar dat uit
noodzakelijkheid.
Op van
een
strijd
In
is
een
Men kon
er
eeregestoelte voor civiele autoriteiten in het kerkgebouw in met de grondgedachte van een „vergadering der geloovigen." vergadering zijn maar twee onderscheidingen denkbaar. De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's