Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 538

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 538

3 minuten leestijd

DE BEVESTIGING

534

IN

HET AMBT.

den naam van Herder zelf met zoovele woorkennen gegeven: „Wat nu dit heilig ambt medebrengt, kunnen we lichtelijk uit den naam zelven afleiden". En dan wordt weer alle nadruk op het Woord Gods gelegd. Het Woord Gods is eenerzijds de weide, waarin de goede Herder de kudde weidt, en anderzijds de staf waarmee de Herder de kudde leidt en regeert; een niet zeer schoone opvatting van hetzelfde beeld in tweeërlei zin. Hieruit nu, dat de naam van Herder weiden en leiden bedoelt, wordt alsnu afgeleid, dat alzoo de eerste zorg van den Dienaar is om der Gemeente het Woord van God te brengen, en dat geschiedt in termen, die rijk opgevat en met nauwkeurigheid gekozen zijn. Er mag geen sprake zijn van geleerdheid of eigen phantasie. Er is een Woord van God dat ons moet beheerschen in ons in- en uitwendig leven, en dat Woord moet daarom „de Dienaar aan de Gemeente toeëigenen, zoo in het gemeen als in het bijzonder, tot nuttigheid der toehoorders, met onderwijzen, vermanen, vertroosten, en bestraffen, naar eens iegelijks behoefte, verkondigende de bekeering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus, en wederleggende met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen, die tegen deze zuivere leer strijden." Hierbij echter had men het moeten laten, of althans slechts in het gemeen en met een enkel woord moeten herinneren, hoe hoog ook de Schrift aan den Dienaar den eisch voor zijn bediening stelt. Doch dit doet het Formulier niet. Het acht omstandig door het aanhalen van allerlei teksten uit de Schrift te moeten bewijzen, dat zoo en niet anders de roeping van den Dienaar is. Dit nu was begrijpelijk in dagen, toen het ambt in zijn geldigheid betwist werd, maar heeft nu iets langdradigs en overtolligs, dat zeer zeker op meer dan de helft bekort kan worden. Het leidt de aandacht van de eigenlijke Bevestiging slechts af. Hetzelfde kan gezegd worden van hetgeen als roeping der Dienaren in de tweede plaats wordt aanbevolen, t. w., de De dienst der gebeden. In onzen tijd althans twijfelt niemand eraan, dat de Dienaar die voorgaat in den dienst, ook in de gebeden heeft voor te gaan, en voor onzen tijd is het stellig overbodig, dat nogmaals met aanhalingen uit de Schrift, deze Dienst der gebeden als tot het ambt van de Dienaren behoorende, wordt vastgesteld. Niet anders staat het met wat het Formulier herinnert omtrent de Bediening der Sacramenten Dat de Voorganger in den Dienst ook de Sacramenten uitreikt, spreekt zoo vanzelf, dat zelfs het opmerken ervan iets afleidends heeft maar vooral dreigt de aandacht verstoord te worden, als nu na deze vermelding nog eens opzettelijk èn de woorden der instelling van den Doop èn die afleiding van de taak uit

den

te

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 538

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's