Pro rege - pagina 112
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
106
PRO REGE.
hooger, ze grijpt het hoogere, en toont het of zingt het het
Kunst
de sferen der Religie
uit
die heilige sfeer de wereld
is
opgekomen, en
is
het paleis. Eerst de psalm en de
het
en
volkslied
iets
maatschappij,
die
Kunst haar
als
Reeds
fing.
uit
eerst
alzoo niet iets vreemds,
en noodwendigs, dat in een
natuurlijks
de Religie loslaat en haar den rug toekeert, de
dienende en heerschende Kunst.
Men kan tot
het toegeven aan zinnelijke aandrift,
Hierin
ter prikkeling
was aanvankelijk
zocht ontspanning,
men
hooger verhef-
om
te
zwelgen
aan den zinnelijken hartstocht
dan een grijpen naar den
niets
voorhanden was.
prikkel, die in de kunst
kunst aan-
moderne type van Babyion,
het bespreken van het
bij
wat een lagere kunst
aanbood.
is
hymne, en toen
genotmiddel, in stee van als middel
wezen we op in
geheel
van
plaats gaat innemen.
er
is
grijpen
heldendicht. Het
het
maar veeleer
eerst
ingegaan. Eerst de tempel, en daarna het
monument en
Nu
en speelt
en zweeft als koninklijke macht over het leven. Vandaar dat
uit,
alle
uit
Men
zocht verstrooiing, en
men
zocht afleiding,
nam de muziek
gelijk
ze was, het tooneel gelijk het zich aanbood, het lied gelijk het ge-
zongen werd, de roman,
gelijk hij
in
eer en
deugd een
het leven ontplooide. Maar, gelijk vanzelf spreekt, die
kon
den
van
de
gewone
uit
spijs
overprikkelden smaak niet voldoen. Er was nog
alras
veel hoogs,
tafereel
nog
te
weinig zinnelijks
in.
En toen begon
te
die verlaging
Kunst, die haar tot dienaresse van den hartstocht maakte.
Ze moest
Ze moest
niet
maar
streelen en stalen,
maar prikkelen en overspannen.
gelijken dienst gaan bewijzen als de alcohol: over-prikkelen, en
had ze eenmaal over-prikkeld, dan moest ze nóg pikanter worden, aan de sterker passie
op het tooneel,
te
tot die
voldoen.
En zoo kwam men
tot die
om
gemeenheid
heerschappij van het naakte en zinnelijke
in
de
schilderkunst, tot die cynische verlaging van de beeldhouwkunst, tot
dien hyper-erotischen toon in het lied,tot dat vuile realisme in den roman, tot die
elkaar in
overprikkelde wulpschheid in den dans,
werpende excessen
de Kunst, die
al
wat
in
tot die alle
de muziek, kortom,
ooit in
zinnen door
tot die bestialiteit
Heidensche landen ten deze gezon-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's