Onze eeredienst - pagina 62
;
HET GEZANG.
58
anders tot God zullen naderen, dan met woorden die op de lippen legde. Intusschen werd dit denkbeeld niet consequent doorgevoerd. Naar dien zetregel toch konden voor het kerklied alleen de eigenlijke Psalmen in aanmerking komen, en ging het volstrekt niet aan, ook andere liederen die in de Heilige Schrift voorkomen, reeds daarom op de lippen te nemen. De Heilige Schrift is vol van poëzie, die men daarom toch nimmer Iets wat zelfs van enkele in kerklied aan de Gemeente voorlegde. kortere liederen geldt, b.v. van het lied van Debora. Men koos dus En uit, en koos zelf. Het ééne verwerpend, het andere aannemend. zoo sloop toch weer eigen keus en daarmee de oude wilkeur in. Uit niets viel te bewijzen, dat ook de overige poëzie, die in de Heilige Schrift voorkomt, bestemd was voor kerkgezang. Dit gold alleen van de Psalmen. Door desniettemin ook den lofzang van Maria, van Zacharias, van Simeon enz. in den bundel op te nemen, werd alzoo de strenge grens
wezens, Hij
niet
ons
zelf
reeds overschreden.
Maar nog Vader
sterker gebeurde dit door de Tien
berijming
in
in
te
Geboden en het Onze
lasschen, daar toch vaststond, dat deze in
de Heilige Schrift nooit als liederen waren bedoeld.
En
het sterkst
werd deze strenge
regel doorgebroken, toen
men ook
aan de Geloofsartikelen en aan het „O, Groote Christus, eeuwig Licht" een
Dit toch waren vrije liederen in
plaats in den bundel inruimde.
den meest volledigen zin van het woord. Al
geeft
toch vast,
men dus toe, dat hierin zekere concessie lag, zoo staat dat men zulks niet als bepaald van God verboden beschouwde.
Hoe toch zou een Generale Synode o oit hebben kunnen toestaan wat ze verboden hield van Godswege ? Erkend dient dan ook, dat men zeer zeker sterkte zocht in het denkbeeld, om alleen van Godswege verordende liederen te zingen dat men des ondanks dit denkbeeld wijder maakte door het uit te breiden
en dat
tot
liederen,
allerlei
men ook wat
beaamd,
althans
ten
men
die
in
de
Heilige Schrift
buiten de Schrift door de kerk aller
deele
duldde.
Maar
dit
voorkomen eeuwen was
standpunt
nam men
gebod of verbod van Gods zijde, doch eeniglijk te rade ging met hetgeen der vroomheid meest toesprak, en met het oog op de experiëntie het veiligst scheen, en alsnu voor dit raadzame en veilige een regel trachtte op te sporen, doch dan altoos een regel, die als van eigen vinding uitzonderingen toeliet. altoos
in,
dat
achtte niet te staan voor een bepaald
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's