Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 274

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 274

2 minuten leestijd

PRAELECTUUR DER

270

Wel

H.

SCHRIFT.

verstaan we, dat het niet mogelijk

is,

kerken nog gebrekkigs voorkomt, aanstonds

onze

artikelen

zal

blijven volgen,

met

al te

wat

ten deze in onze

beteren.

Ook na

deze

de voorlezing in de meeste kerken de oude sleur al

het gebrek die deze sleur aankleeft.

meer noodzakelijk, dat de aandacht van onder de broederen ook op dezen misstand gevestigd worde, opdat men zich wenne ook deze zaak in en door te denken, opdat van lieverlede eenige betering ontstaan mocht.

Maar daarom

de

het juist te

is

ernstigeren

Nog Ook

mag

onbesproken blijven. in kerken, waar de prealectuur van het Woord, gelukkigerwijze, in den Dienst zelf is opgenomen, is het vaste gewoonte, dat deze voorlezing plaats hebbe niet door een Dienaar des Woords. En wel uit tweeërlei oorzaak. Dit nu is te verstaan. Vooreerst heeft men van oudsher de gewoonte gehad, in groote één punt

hierbij niet

kerken waaraan meerdere geestelijken verbonden waren, die voorlezing niet door denzelfden geestelijke te doen plaats hebben, die de prediking

had.

En

ten

anderen

sprak

het vanzelf, dat in onze Gerefor-

meerde kerken, waar lange jaren de voorlezing voor den dienst plaats had, die prediker niet lezen kon.

gewoonte weer in zwang kwam, om de lezing in den dienst en dus na votum en gezang, te doen plaats hebben, voerde men, om geen al te grooten sprong te maken, den regel in, dat de predikant van den kansel den voorlezer uitnoodigde om alsnu

Toen nu de

tot

betere

de voorlezing over

Op

te

gaan.

dan ook niets op tegen, mits het geschiede door iemand die in het ambt staat. Waar dus de ouderlingen hiertoe de noodige geschiktheid en vrijmoedigheid bezitten, kan deze regel, mits goed toegepast, zelfs uitmuntend werken, om het ambt van ouderling zichzelf

is

in beteekenis te

Wat

alleen

hier

verhoogen.

niet

mag

is,

dat de indruk in de

Gemeente gevestigd

van het Woord niet door den predikant plaats had, als zijnde zelf iets van minder beteekenis. De prediking is dan het hoogste. Dit doet de Dienaar des Woords. Maar de voorlezing van het Woord is iets ondergeschikts ; dat doet dan iemand die lager staat. Van tweeën één dus. Of ook de voorlezing van het Woord moet

worde,

alsof

de

voorlezing

plaats hebben door den Dienaar des Woords. Oftewel, zoo het door een ouderling geschiedt, moet die ouderling daarbij optreden als ambtelijk

orgaan van den Kerkeraad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's