Onze eeredienst - pagina 395
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
Doop
den
en
staan,
bedient,
van
elk
Doop kunnen of
ook
zien,
moeder
als
brengt
Dit
te
Doop aan de
toe te gaan.
maar
is
Ook
is
prediking eischt. bijtijds
in
het
voorafgaan;
men
tegen
te
iets
schreeuwen, dan
wat
zijn
familiën in een deftige
getuigen
te
geen aanbe-
stellig
Doop op de
predicatie
Ze gaat buiten
is
de
stilte
stil
te
verstoord die
worden opgeroepen. Slechts
als ze
kamer
om de sociaal hooger wachten en de armere vertrek te laten saamkomen. den Doop evenmin als bij het
te
in een ander, minder deftig Onderscheid naar stand komt vooral bij
Avondmaal
men den
de on-Christelijke gewoonte,
familiën
de
Dit kan nog, zoo
tegennatuurlijk, zoo de
en gereed
laat verschijnen,
staande
liet
doopen kinderen van meet
Goed is daarom de gewoonte, om de kinderkens gebouw der kosterij te doen komen, opdat ze niet
alle
wel
wake
te
onraadzaam.
het vaak onmogelijk, die kinderkens zoolang
houden, en beginnen ze
te
De
is
brengen,
kinderen hebben aan de predicatie niets.
Die
om.
hen
den Doop van elk kind optreedt. de vraag ter sprake, hoe het bij de bediening
predicatie
veling verdient; volgt.
bij
vanzelf
de kerk
af in
moet dan evenzeer vlak voor de Gemeente gaan kind dat gedoopt wordt, moet de Gemeente den en tevens kunnen zien, wie als vader of getuige
Doop behoort
van den
391
pas.
nemen
In
laten
de Gemeente staan allen
natuurlijk plaats
bij
gelijk.
De vaders
en
den aanvang der godsdienst-
genoegzaam hersteld
kunnen terstond bij den aanvang der godsdienstoefening zich onder de Gemeente zetten. Alleen zoo ze niemand hebben die het kind naar de kerk brengt, en zoolang op het kind past, moeten zij dit zelve doen. Tevens behoort dan een der ouderlingen na te gaan, of voor elk kind het biljet van toelating tot den Doop aanwezig is, en onderzoeken of de vader en getuige tegenwoordig zijn. Is nu de predicatie ten einde gebracht, zoo zal 't goed zijn dat de predikant uitspreke, dat alsnu de bediening van den H. Doop zal aanvangen, en de Gemeente uitnoodige om haar door het zingen van een daarbij passend lied in te leiden. Dit lied moet niet te kort worden genomen, daar onderwijl de gelegenheid moet bestaan, voor den predikant om van den kansel te komen, en zich bij den Doopvont op te stellen, en voor de draagsters der kinderkens, om uit de kosterij in de kerk te komen en zich voor den Doop gereed te maken. Het meest aanbevelenswaardig ware, zoo de vaders en getuigen der te doopen kinderen zich alsdan naar de kosterij begaven, om de kinderoefening, en ook de moeders, zoo ze
kens
halen, en zulks onder leiding van een der ouderlingen. In aangegeven volgorde konden de kinderkens dan binnenkomen,
af te
vooraf
zijn,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's