Onze eeredienst - pagina 167
VOOR DEN DIENST.
men dan ook
afweet, en voor wie
163
niets voelt.
Alleen kerspelvorming
in beterschap kunnen aanbrengen. gelijk vanzelf spreekt, niet met het oog daarop kan
zou hier Maar,
We
zaak besproken worden.
nemen
hier
de
hier de „vergadering der geloo-
in haar ideëel karakter, als van „broeders en zusters, die saam gemeenschap der heiligen oefenen en elkander kennen en liefhebben". En dan is het onnatuurlijk, dat men, elkander, na verloop van een week weer ontmoetende, geen stom woord tegen elkaar zou mogen zeggen, hoogstens met zijdelingsche buiging elkaar zou mogen groeten, en nauwelijks elkaar een hand zou mogen geven. In een kerkeraadsbank gaat dit dan ook gemeenlijk eenigszins anders Daar kent men elkander, men geeft elkander altoos een hand toe.
vigen"
binnenkomen,
het
bij
elkander
ziet
aan,
naar
en vraagt
elkanders
welstand.
Maar
der kerk komt het herhaaldelijk voor, dat
schip
het
in
men
gaat zitten naast iemand die u niet kent en dien gij niet kent, zoo dat geeft, ternauwernood aanziet, geen woord zooals ge zoudt opstaan uit de buurweer opstaat, spreekt, en straks schap van iemand met wien ge op een tram stondt, zoodat ge niet eens zoudt kunnen zeggen, hoe deze uw broeder, met wien ge verga-
hem
ge
niet
eens een hand
derd hebt, er uitzag. Dit nu
is
en
hoorigheid,
zeker
er
de broederschap verzaken, verzaken
van
alle
gevoel van saam-
karakter van vergadering vernietigen, en ge kunt
het
ze het
dat
zijn,
bij
de Haghepreeken, en
in
de dagen
onzer martelaren heel anders deden.
Nu koud als bindende liefde. En
bij
ons
ijs
voor elkaar, toen de warme gloed eener saambin-
drijft
men
dit zelfs zoover,
dat ieder onzer vaak zelfs
aan den heiligen Disch heeft aan gezeten als met
hem
geheel vreemde
personen.
Op een
zichz elf zou het
ontvangzaal
saamkwam, om gaderzaal
te
was,
daarom een
het wenschelijkst zijn, dat
soort
bij
elke kerk
waar men voorloopig aanving, zich saam naar de ver-
anti chambre,
straks als de dien st
begeven.
men elkaar dan eiken Zondag ontmoeten, en de kennismaking voortzetten en levendig houden, om daarna, in het kerkgebouw, werkelijk als broeders en zusters te gaan nederzitten. Bij gemis daarvan behelpt men zich nu ten plattelande, als het weer droog en niet te koud is, met de open plaats vóór het kerkgebouw, maar in onze steden gaat dit niet, en dan is er feitelijk geen andere In
die ontvangzaal kon
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's