Pro rege - pagina 256
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REGE.
250
maar
ook de afgoden
alsof toch
lageren
rang,
als wezenlijke
goden,
zij
't
ook van
waren. Van een vergelijkende waardeering
eeren
te
tusschen de afgoden der heidenen en den eenig waarachtigen Israël
in
tuiging
is
God
dat er slechts één
uit,
rekenen,
de Schrift geen sprake. Steeds spreekt zich de over-
in
of tegenover
Jehovah
en als zoodanig
dit
wordt verklaard
God
dat
een
zelf in
naar
wordt betwist noch ontkend,
ligt,
uit
het dubbele
wat
den
wordt de afgoderij
is
God
den mensch legde krachtens
in
Gods,
beelde
in
God
levenden
een ander
de eere die
daarom bestemd, om
het einde
God
religionis, d.
i.
en
licht
zijn
op wat God den mensch val.
Nooit daarentegen
dan van de leugen geplaatst.
pseudo-religie, d.w.z. valsche godsdienst, en ze ontrooft aan
is
den
ten eerste
werk Gods, waar op wordt
altoos het
is
geopenbaard had vóór en onmiddellijk na den
Ze
feit,
betrek-
menschelijk geslacht zekere godsdienstige over-
op
gegaan,
schepping
religie iets
alle
niet daaruit, dat de afgoderij een
levering met zich nam. Het
terug
Dat aan
te
zaad, inlegde, en ten tweede daaruit, dat uit het
ons
heel
is.
onze menschelijke natuur het semen
godsdienstig
paradijs
de afgoden
te verheffen, bij
verwerpen
te
maar heel anders
kelijk recht bezit,
en dat alles wat zich naast
is,
god poogt
als
gemeenschappelijks ten grondslag
maar
God
moet
te niet
Hem
alleen toekomt. Alle afgoderij
gedaan en uitgeroeid
te
worden, en
dat alle afgod valt, en ten slotte alleen de van
zijn,
gezalfde Koning de heerschappij over de geesten erlangt.
Zoo wordt noodzakelijkerwijs de grondtegenstelling tusschen God en de afgoden overgebracht op de tegenstelling tusschen de Chrisreligie
telijke
en de valsche godsdiensten en, dieper opgevat, tus-
schen Christus, als den van
God
gezalfden Koning, en de onheilige
geesten, die de heerschappij over de volkeren wisten te veroveren.
Hiermee verschijnt de afgoderij de
onheilige
en het zij
't
Jacob
zijn
in
haar demonisch karakter. Het
is
geest, die zich in deze godsdiensten genesteld heeft,
alleen de
Joodsche en de Mohamedaansche
religies, die,
ook onder veel afdoling, aan den God van Abraham, Isaac en vasthouden.
De vraag
of in deze
heidensche godsdiensten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's