Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 36

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 36

2 minuten leestijd

HET ALTAAR.

32

van al wat zijns is, aan den Heere zijn God en voor zoover de mensch zondaar was, de volkomen erkenning, dat men door zijn zonde zich des eeuwigen doods schuldig had gemaakt. ;

Hieruit volgt dat er in het para dijs voor het altaar geen plaats was,

en

het

in

der heerlijkheid voor het altaar geen plaats zal wezen.

rijk

was geen schuld te verzoenen, en in het geen schuld te verzoenen overblijven. Alzoo zoen- en schuldoffer weg. In

paradijs

het

heerlijkheid

En ook,

zal

in

was de toewijding des menschen van

het paradijs

zelven volkomen, en in het

komen

Ook

blijven.

het

de zaak en het wezen

De mensch eens

het

zich

symbool der toewijding gevonden wordt.

valt alzoo

weg, waar

zelf

reëel

is

dan

is

in

de offerande vervalt

alle

oorzaak, en

en volkomen aanwezig.

zelf het offer, dat

zelf het altaar

paradijs

der

der heerlijkheid zal ze eeuwiglijk vol-

rijk

Voor de obedienüa passiva de obedienüa activa

rijk

valt het

Gode gewijd wordt,

en gelijk

was, zoo zal de nieuwe aarde zelve

zijn, waarop de mensch zich Gode toewijdt en aan God geeft. waar de schuld heerschte werd het zoenoffer en voor dit zoenEn zoo ook, eerst waar de toewijding des offer het altaar geëischt. menschen aan God geheel onvolkomen werd, moest de symbolische

het altaar Eerst

in het offer den idealen eisch van de algeheele toewijding hooghouden. Vandaar dat de Heidenen onder de nawerking van de Noachitische traditie, en onder de inwerking der gemeene gratie altaar en offerande dat in Israël offerande en altaar door God zelven in stand houden en dat ook in Christus' kerk, zoolang de besteld en geheiligd zijn voleinding der eeuwen toeft, noch het offer noch het altaar kan ontbreken. Hieruit volgt echter nog in het minst niet, dat wij ook thans nog in de Christelijke kerk een steenen altaar of houten altaar plaatsen moeten, en dat op zulk een altaar ook na nog een offerande moet worden

toewijding

;

;

gebracht.

Integendeel leert de Heilige Geest ons, zeer

aan

de

Hebreen,

dat

bij zo nderlijk in

den brie f

de dagelijks herhaalde offeranden onder Israëï

slechts een schaduwachtige beduidenis hadden, en uit het Aaronitisch

priesterschap

heenwezen

Melchizedek,

en

dat

de

op het priesterschap naar de ordening van Christus,

die dit priesterschap ontving, niet

dikmaals offeren zou, maar integendeel, met ééne enkele offerande alles zou afdoen. Letterlijk toch staat er Miaai prosphoraai teteleiooke :

De

geheele zinsnede in Hebr. 10 luidt aldus:

dat het

bloed

van

stieren

en

Want is

het onmogelijk,

bokken de zonden wegneme.

Daarom,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 36

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's