Onze eeredienst - pagina 341
HET AMEN.
337
Een stroom die rusteloos gaat, verlegt men zal brengen. met kort vermaan. Ook hier beoogt onze critiek dan ook niets anders, dan om tot nadenken te prikkelen, om van het blootvormelijke tot de realiteit te roepen, en aldus te reageeren tegen het dood-werkverbetering niet
dat
tuigclijke,
zoo
veelszins juist
het heilige insloop.
bij
Wat onze
traagheid en dorheid voortdurend bederft, moet telkens en
geestelijke
telkens weer met het bederfwerend zout der critiek besprengd worden.
we ook op
Dat
dat
Amen na de
predicatie critiek toepassen, heeft
dan ook met haarpluizerij niets uitstaande. Dat Amen moet, zal het wel wezen, de voorafgaande predicatie wordt gezet.
ijk
zijn,
die
op heel de
om Amen te zeggen, en hiertoe zal moed geen overmoed zijn, indien hij eindigen kan in de overtuiging, het Woord van zijn God naar waarheid, getrouwelijk, met inspanning van alle kracht die hem ten dienste stond, en naar het licht dat God hem gaf, in toepassing op de Gemeente die voor hem zat, en ter voldoening aan haar geestelijke behoefte te hebben De
dan
prediker moet het aandurven
de
alleen
gegeven.
Mag
hij
in
die
Woords geweest, sprak niet ren in
;
A
stille is
is
er Dienst des
den naam van
zijn
Zender,
of B, maar sprak de Getuige en Boodschapper des Hee-
en dan heeft het zin en beteekenis, zulk een rede met het
den naam des Heeren
te
dat de prediking die uitging,
Kenner der harten
Amen
besef,
dat
Amen op
zijn
zelf voelt,
dat niet
Ook
;
Amen aandurven.
dat
Immers, wie dat
dien vollen, rijken zin zal uitspreken, en nochtans niet eindigt
in
het
Amen
want dan drukt dat Amen uit, alzoo heiliglijk de consciëntiën voorden
besluiten
bindt.
Daarom spraken we van in
staan, dan, ja,
overtuiging
er Dienst verricht in
dit
hij
tolk
Heeren
des
lippen, die kan en
was van het wenschen we niet
is
mag den
geweest, dien besterft dat ijk
niet zetten
op wat
Ook de
prediking
hij
edel metaal. te
overdrijven.
is
onderworpen aan het beperkte van menschelijke vermogens, en bij een Alleen maar, er mag geen vergoelijkte ieder behebt met zwakheid. zorgeloosheid in de prediking zijn, en wat elke prediker voor het Amen aan het slot noodig heeft, is althans dit, dat hij van den ernst om het beste te geven wat hij geven kon zich bewust is. Maar zoo gevoelt men dan ook, wat zedelijke kracht er van de hoogere
opvatting
van
dit
Amen aan
het slot der predicatie kan en
moet uitgaan. Voelt
men,
dat
men
straks,
gewild of niet gewild, aan dat 22
Amen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's