Onze eeredienst - pagina 79
SCHOONHEIDSEISCri.
Bavinck
Prof.
het in zijn Beginselen van zielkunde zoo juist
heeft
waar
dat
gezegd,
75
onwaar? goed
of
kwaad? schoon
of
of leelijk ?
drie categorieën zijn, die heel ons leven beheerschen.
de menschen deze categorieën verzonnen, maar God zelf ons menschen den zin voor deze drie onderscheidingen heeft ingeplant, is het eenvoudig oneerbiedig om wel overal elders, maar niet
En
als
nu
wijl
niet
men samenkomt, om
acht
God
zijn
vereeren, die drie categorieën in
te
nemen.
te
„In Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt belijdt
Psalm
50
heeft
God
Tempel
en
2,
:
zelf
op
in
alle
God
blinkende"
heel den eeredienst van Tabernakel en
manier de schoonheid geboden en den
glans van zijn huis verordend, ons ter vingerwijzing en ten voorbeeld.
Want
we
houden
wel
schaduwen
voorbij
hierbij
gegaan,
is
oog,
dat
de
dienst
der
bedeeling
der
vervulling
van
het
in
de
en
gekomen, maar dit onderscheid raakt niet de categorie van het schoone, doch uitsluitend de beteekenis der voorgeschreven vormen, en dus de keuze der vormen, waarin die beteekenis Christus
ons
tot
is
zich uitspreekt.
De ephod met wat er bij behoorde had twee qualiteiten. Ten eerste was hij schoon, en ten tweede droeg hij een symbolisch symbolisch
Dat
karakter.
in
hart draagt en
den gang van ons
dit
van
symbolische
nu
karakter
is
afgedaan.
Onzer
is
de
het heiligdom daarboven, die ons op zijn Goddelijk
Hoogepriester
de
lot
schaduw,
in
zijn
met
zijn
hand
heeft.
Maar omdat
eigenaardige beteekenis,
wegviel, daarmee verviel in het minst niet de eisch van het schoone.
Het
bewijs
oogenblik
Symboliek tot
bij
de
hiervoor
uw
in
in
voor
ge
terstond,
den eeredienst vindt ge
minst
negerstammen stuitend
vindt
zoo ge beide slechts een
gedachten vaneenscheidt.
is
het
beschaafde in
den
gevoel.
niet alleen bij Israël,
negervolken.
regel
grof,
smakeloos,
Dan hebt ge ook wel
maar met ontstentenis van schoonheid.
maar ook
Doch de symboliek leelijk,
dier
onooglijk,
terdege symbool,
Vindt ge nu daarentegen
bij
symboliek van Godswege verordend, die behalve den symbolischen zin ook de schoonheid van den vorm bezit, dan springt het in het oog, hoe tusschen deze twee qualiteiten onderscheid bestaat, en hoe, als het Israël
symbolische wegvalt, niettemin de eisch van het schoone
blijft
bestaan.
Zoo hoog stond de zin voor het sch oone onder Israël, dat toen Salomo zijn Tempel moest bouwen, en er in heel Israël geen architect was, die dit „schoon" doen kon, Salomo niet zei „Dan moet het maar :
zoo
gebrekkig
weg,
doch
in
elk
geval
moet
een Jood het doen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's