Pro rege - pagina 18
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REGE.
12
Geen
dus, of in het groote wereldgeheel wordt ook over
twijfel
ons land nog steeds de naam van Christus uitgeroepen. naar
van
luid
de
overgroote massaliteit toe.
wie
er buiten staat
Hem
Want immers
gemaakt, maar
opgaven
die
die in deze opgaven, zoo officieel als
zijn niet
't
hoofden
hun
omtrent
gezinnen
der
eigen
noch
geloof,
die
bij
is
alzoo de bevolking zelve
opgaven
omtrent
het
Hervormde Kerk,
formeerde officieel
Kerken,
tot
tot
geloof der hunnen
de Roomsch-Katholieke Kerk,
de
belijden
worden
te
deze kerken nog
alle
belijden en huldigen.
Kerken
Luthersche
wenschen gerekend
;
men
hoe
ook
het
enz.
tot
tot
de Ne-
de Gere-
behooren en
en bijna zonder uitzondering
statutair, dat ze Christus als
Koning
Van de Gereformeerde Kerken weet een
Van de Roomsch-Katholieke kerk
dit.
wel zoo,
is
niets persoonlijks
hebben meegedeeld, maar ze gaven dan toch op, dat ze derd.
wende
vormde kerk kent nog
zijn
door
slechts kan, zich als gedoopt
en als aan Christus toebehoorende heeft aangemeld. Het
de
in
de volkstelling door de hoof-
bij
den der gezinnen zelven opgegeven. Het
dat
behoort,
gegevens, ook Nederland nog
statistieke
staat
't
ieder
evenzeer vast. En,
keere, de groote Nederlandsch Her-
of
altoos geen andere officieele belijdenis dan
de Confessie van Guido de Brés, den Heidelbergschen Catechismus
de Dortsche Leerregelen, waarin de erkenning van het Koning-
en
onomwonden wordt
schap
van
Christus
alzoo
niet
treden in de persoonlijke verhouding, maar op de
cieele
heeft
cijfers
uitgesproken. Indien
offi-
afgaan, en de officieele stukken als grondslag nemen,
nog altoos de geheele bevolking van Nederland, op een
percentage van drie ten honderd na, zich
behoorende
we
en
als
willend
die de banier van Christus
behooren
Koningschap
officieel
tot in
klein
uitgesproken, als
die Christelijke kerken,
haar officieele belijdenis
geproclameerd hebben.
Maar kunt
ge
plaats nu tegenover die cijfers de pijnlijke realiteit, en
dan zeggen, dat ge
in
gevende kringen ook nog maar als
onzen Koning terugvindt?
ons iets
officieele land
en
in
waar
de toon-
van de huldiging van Christus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's