Onze eeredienst - pagina 338
ONDERSCHEIDENLIJK PREDIKEN.
334
Die behoefte aan een tusschenzang, zonder verband toont dat de predicatie niet is wat ze zijn moet, en
heilige aandacht.
samenhang,
of
de Gemeente meer plichtshalve aanhoorde wat er gezegd werd, dan dat ze er door geboeid werd. Als het, o, zoolang duurde, zonder dat men aangegrepen of geboeid werd, zoodat men er zijn aandacht niet meer bij houden kon, dan komt die tusschenzang als een verlossing uit de benauwdheid, maar spreekt juist daardoor een scherp Een predicatie behoeft zoo lang niet oordeel over. de predicatie uit. dat
Dat rekken dient tot niets, 's Avonds predikt men weer. En dagen begint men opnieuw. Men moet niet alles op eens willen zeggen, maar ook den tijd niet zoek maken met allerlei dingen te zeggen waar niemand iets aan heeft. Wie een predicatie van over het uur thuis voor zich neemt, en er met de pen uitschrapt elk woord, eiken volzin waar niemand iets door krijgt, wat hij niet reeds
te zijn.
over
zes
En toch, dat moet het moet de inhoud der prediNiet brood en steenen om en om, maar enkel brood, catie iets geven. en alle steen er uit. Kort men zoodoende de predicatie op drie kwartier in, wat lang genoeg is, dan zal de behoefte om noodeloos
had,
zal
eens
de
tot stuk,
door
predicatie
vanzelf
hoe
zien,
wezen, van stuk
vervallen.
tusschenzang
preek
opkort.
tot zin,
tusschenzang
een
wat
Iets
helaas
de
van zin
vaak
te
meer
verleidt
twee
in is
tot
aan een
te
deelen
te
knippen,
bevelen, omdat deze
indeeling,
die
met de
indeeling en den inhoud der predicatie in het minst niet strookt.
Uitstekend
daarentegen
is
de
inlassching van zulk een gezang in
woord de Gemeente
tot zang gestemd is. Dan toch zal vanzelf zang en melodie zich harmonisch aansluiten aan het gepredikte. Het gesproken woord zal vanzelf op zang voorbereiden, en vooral door de woorden van het te zingen lied reeds in te vlechten in wat gesproken werd, zal dan het gezang spontaan zijn, en niet de predicatie splitsen, maar in de predicatie zelve een gezongen deel zijn. Slechts ontraden we elk organist, om bij zulk een tusschenzang met praeludiƫn stoornis aan te brengen. Soms zijn die voorspelen
de en
predicatie,
zoo
door het gepredikte
lof
Maar bij de tusschenzang zijn ze altoos contrazoo die tusschenzang metterdaad is, wat we aangaven dat hij moet. Bij een tusschenzang die slechts diende om de aandacht
uitstekend ter plaatse.
bande, zijn te
verfrisschen,
moge een voorspel op ingedommelde
zijn
plaats zijn,
om
als
onder
Gemeente wakker te roepen. Maar het hoort niet bij een zang die de Gemeente als van de lippen van den prediker overneemt. Dan moet de Gemeente onmiddellijk invallen,
trompetgeschal
de
half
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's