Onze eeredienst - pagina 291
PREEKLEZEN.
287
LXIX. Preeklezen.
Na
het wel zijn, die prediwat ook, onmiddellijk een aanvang nemen. Aldus blijft het verband met het voorafgaande gebed levendig, en zal prediker en gehoor onder den indruk verkeeren, dat het om een vrucht, om een zegen te doen is, en dat die zegen aan beiden van God moet toekomen. Doch hier juist raakt veler blik verward, zoowel onder de predikers als
Gebed vóór de Predicatie moet,
het
zonder
catie,
inschuifsel
zal
van
gezang,
dan,
de zegen op de predicatie metterdaad
of
onder de hoorders. zoo zegt men God moet komen, en
Indien,
van
vlak vóór de predicatie moet
worden afge-
beden, dan moet de prediker het ook op zijn God wagen, en niet met een geschreven of voorbereide predicatie den kansel opgaan, en
mag
geen geval
in
hij
predicatie lezen.
zijn
op den kansel staat, en de Gemeente voor hem nederzit, „nog niets heeft", en dan bidt om hulpe van zijn God, die meent het, die gevoelt zich afhankelijk, en die verwacht het wel waarlijk van den Heeft de prediker daarentegen bij het beklimmen van den Geest. kansel heel het stuk gereed, en leest hij het van den kansel voor, dan is zijn gebed om hulpe een doode vorm, en staat zijn vertrouwen Wie,
niet
als hij
op
God, maar op
zijn
zijn
papier en op
Ook men dan
voort, alleen zin, indien
de Heere
zijn
het gebed van de
mond opent
zijn
oogen.
Gemeente voor den Leeraar ;
recht en bezield zijn, indien
zij
onderstelt, dat
hij
spreken
maar zulk een gebed kan nooit zij
weet, dat
hij
zijn
zoo gaat
heeft,
zal, gelijk
vurig,
op
predicatie
op-
schrift
met zich brengt, en vooral niet, zoo ze ontwaart, dat de prediker, met steelsche oogen, half ongemerkt en toch gemerkt, gewoon is te lezen. Wat is nu hiervan aan ? Ge zet u aan tafel, om met uw gezin uw middagmaal te houden, en ge gaat als hoofd van geef
ge het niet? zijn
uw
gezin priesterlijk voor, en bidt
En zoo ge
het meent, en aldus
hulpe afsmeekt, beknort ge dan
gekookt
Meent ge dat
heden ons dagelijksch brood".
ons
heeft,
en
dan
ook
Zegt
ge
spijs
er al
staat ?
op
ze Ik
:
Is
tafel
uw
„Vader,
meent
Gods zegen
inroept en
uw
spijs vooraf
vrouw, zoo ze
heeft gezet, vlak voor u, eer ge bidt?
geef ons onze spijs, als die ook dan voor een oprecht gebed eisch, dat
kan niet bidden
het
:
nu, of
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's