Onze eeredienst - pagina 380
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
376
hierdoor
zooverre
het
gezicht
der Gemeente veeleer belemmerd dan
nu keuren we beslist af, in zooverre het in rechtstreekschen strijd is met de beweegreden, die noodzaakt om den Doop in de vergadering der geloovigen te doen plaats grijpen, en wordt.
bevorderd
Dit
van onze Gereformeerde Doopbelijdenis vloekt. Alleen indien op een geheel open, eenigszins verheven plaats, de vader met zijn kindeken (door wie dan ook gedragen) voor het oog der gansche Gemeente verschijnt, komt de Verbondsgedachte tot alzoo
den
tegen
grondregel
recht.
zijn
Nog
anders voegen
iets
het eerste
de
man
te
geven,
openlijk optrede, zoodat ieder
tot
Maar
hem
om
zien kan,
de zekerheid
dat ieder lid der kerk wete, wiens kindeken den
ontvangen, en de Gemeente
vader
hieraan toe.
Gemeenten kennen alle leden der kerk elkaar onderling op zien. In zulk een Gemeente is het daarom voldoende, dat
kleine
In
we
in
staat te stellen
om
te
Doop
zal
oordeelen, of de
de Gemeente behoort.
dat
is
zoo niet
in grootere
Gemeenten.
Gemeenten treden er herhaaldelijk vaders met hun kinderen voor den Doop op, die op het eerste gezicht bij geen der aanwezigen bekend zijn. Men ziet een geheel onbekend persoon verschijnen, In
grootere
Dat nu mag niet. Op die wijs wordt aan de Doopregel eischt, niet genoegzaam voldaan. Hieraan nu ware tegemoet te komen, of zoo, dat vóór eiken Doop de naam van den vader en de moeder door den dienstdoenden ouderling werd afgelezen of wel op zulk een wijze, dat bij den ingang der kerk een lijst werd opgehangen, waarop de namen der ouders in juiste volgorde stonden opgeschreven. Het is zoo gansch verkeerd, dat men in de vergadering der geloovigen zoo angstvallig het noemen van namen schuwt. Zoo moest, als er voorbede gevraagd werd of dankzegging, vóór het gebed, de naam genoemd worden van wie de voorbede of dankzegging vroeg, en zoo ook moest vóór den Doop de naam bekend zijn van wie zijn kindeken ten Doop presenteeren zal. De indeeling van de Gemeente, die te talrijk blijkt, in kerspelen zou ook hier voordeel opleveren maar voorshands ontbreekt alle uitzicht, dat dit denkbeeld algemeen zal worden toegepast. We vorderen wel iets. Vooral de groote afstanden brengen wel van lieverlede te weeg, dat men zich en
weet
wie
niet
hij
is.
hetgeen
;
;
almeer
went,
om
in
een
bepaald kerkgebouw op
te
proces moet nog veel verder doorwerken, zal het ooit
gaan, maar dit
van onze groote Gemeenten in vaste kerspelen komen. Het dusgenaamde „naloopen" van dezen of genen prediker zit den meesten nog te zeer tot indeeling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's