Onze eeredienst - pagina 330
HOORDERS ALS GELOOVIGEN.
326
in
Avondmaal tot bekeering te roepen, maar niet men daarbij nog geheel onbegenadigden op het oog
toegelatenen
niet
den
ten
alsof
zin,
Een kerk kan niet officieel zeggen: ik heb dien en dien tot het Avondmaal toegelaten, maar toch beschouw ik ze als ongeloovigen. Immers het Formulier zegt uitdrukkelijk, „dat Christus dezen disch had.
voor
zijn
daarentegen,
die
alleen
in
den
regel
doeleinden
dezulken
prediking,
op
mag
de
tot
bekeering
gewerkt,
Catechisatie
kinderen
te
te
In
in
de
de tweede plaats
ontmaskeren, en óf
hem zoo bang
Hierop
roepen.
maar toch ook
element geenszins ontbreken.
dit
de prediking den hypocriet
heeft
De gedoopte
nog niet tot belijdenis zijn gekomen, beschouwt zij nog onbekeerden, en het is niet een van de minste
als
der
wordt ook wel prediking
geloovigen heeft ingesteld."
bekeering
tot
maken, dat hij het in zijn En in de derde plaats heeft de valschen schijn niet kan uithouden. prediking de geloovigen, die afgedwaald of in zonde vervallen zijn, op te roepen dat ze van hun zondigen weg zullen terugkeeren. Dat heet dan ook wel bekeering, maar bedoelt toch heel iets anders dan de eerste bekeering, waardoor men voor het eerst tot de belijdenis van zijn Heiland komt. Ten overvloede kan men er nog bijvoegen, dat de bekeering eene voortgaande is, zoodat wie zich van de wereld tot Christus bekeerde, nog steeds verder zich van allerlei verkeerds tot het heilige heeft te bekeeren; maar ook dit is heel iets anders dan wat men gemeenlijk onder de eerste, principieele bekeering verstaat. Het is dan ook opmerkelijk, hoe de heilige apostelen in hun brieven de Gemeenten, waaraan ze schrijven, altoos toespraken als zijnde bekeerd, als zijnde geloovig, als zijnde heilig en wedergeboren, en als zijnde in Christus opgestaan en overgegaan uit den dood tot het leven, In alle brieven aan deze kerken saam komt het woord „bekeeren" en „bekeering" dan ook slechts dertien malen voor, en daaronder niet één keer als oproeping om zich alsnog van de wereld tot Christus te te
brengen,
wel
óf
het
te
16 staat niet van de Gemeente, maar van „Doch zoo wanneer het tot den Heere zal bekeerd zijn, wordt het deksel weggenomen." In 2 Cor. 12 21 slaat het: „die zich niet bekeerd zullen hebben van hunne onreinheid", op
bekeeren. het
In.
2
ongeloovige
Cor.
3
:
Israël:
:
geloovige
moesten keerd
zijt
geschied
personen,
die
terugkeeren.
in
zonde
1
Thess.
In
tot
God",
niet
op
was.
In
Jac. 5
:
u van de waarheid
is
iets
waren 1
:
gevallen,
en
tot
Christus
9 beteekent: „En hoe
gij
be-
wat nog geschieden moest, maar wat
19 staat: „Broeders, indien iemand onder
afgedwaald, en
hem iemand
bekeert" enz., wat
alzoo niet doelt op eerste bekeering, maar op terugkeer uit afval
;
wat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's