Onze eeredienst - pagina 229
FORMULIEREN VOOR SCHULDBELIJDENIS.
Belijdenis der zonden," gelijk in
zien,
te
we
die een vorig maal gaven, nogmaals toestemmen, dat de drie laatste korte en juist aan den eisch voldoen vooral zoo
aanstonds zijn,
;
volgende
een
bij
ons
uitstekend
volzinnen ze
zal
225
uitgave
afzonderlijke
in
zinsneden
gedrukt
worden.
Maar
dit
kan niet gezegd van de vier eerste.
Die vier eerste voltweeën moeten gesplitst zijn,
zinnen zijn te lang, en hadden elk in waardoor vanzelf de tusschenzinnen hoofdzinnen zouden worden. De haakjes, die zoo misstaan, konden dan wegvallen, en de ziel in elke betuiging op zichzelve rust vinden. De toon van het bidden zoo hierdoor vanzelf winnen. De adem van den spreker zou rustig blijven en overvloedig zijn om eiken volzin op zichzelf met volkomen beheersching uit te brengen. Na eiken volzin zou een kleine rust intreden. En het zou geen de minste inspanning vergen, om op het eerste hooren dit gebed geheel te volgen
en mee Alle
bidden.
te
redengevende,
betrekkelijke
en verbindende voegwoorden en
tegenstellende
voornaamwoorden zouden dan verdwijnen, en de band van maar in de geleidelijke en aan-
het geheel zou niet in deze partikels,
vullende opvolging der gedachten en betuigingen besloten liggen.
Zooveel wat den vorm betreft, maar ook de inhoud is niet geheel wat die zijn moet. Hier past geen schuldbelijdenis als van wie buiten verzoening staat. De zonden van Gods kind dragen een geheel ander karakter dan de
zonden
van
grievender,
het
Ze
kind der wereld.
zooveel
meer tegen het
zijn
zooveel ernstiger, zooveel
heilige en tegen
den rijkdom van
Gods genade ingaande. En al woordig
het nu, dat er in elke kerk altoos veel onbekeerden tegen-
is
zullen
zijn,
toch
mag aangeven.
Het
is
vergadering
geloovigen
Heeren zóó
der
is
en
het
blijft
die
hun gebed dat hier den toon die bidt. Het is de haar God roept. Een volk des
niet
de tot
Gemeente
weedom des harten bij de door zijnen God begenadigd is,
dat schreit van
erkentenis, dat het
en nochtans alzóó genade kon overtreden. En nu ontkennen we niet, dat ons Liturgisch gebed dit ook zoo bedoelt, maar toch het spreekt er zich niet duidelijk genoeg in uit, het is in deze Schuldbelijdenis niet de heerschende toon. Er wordt niet uit dien grondtoon in gebeden. grootelijks
tegen dien
In
het
giffenis
God van
alle
Onze Vader
opkomt,
want
is
er
het die grondtoon waaruit de bede
volgt
op
:
„gelijk
ook
om
wij vergeven
ver-
onzen 15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's