Onze eeredienst - pagina 75
HET ORGELSPEL.
van
een
heel
orkest,
De toonkunst
als
uit
blaas-
zoodanig
en
71
strijkinstrumenten
saamgesteld.
het heilige te veroordeelen, gaat dus
in
moeilijk.
De beeldhouwkunst
is zeker minder bij ons binnengedrongen, maar Nieuwe kerk in Amsterdam binnentreedt, ontwaart al spoedig, dat ook de beeldhouwer wel terdege door onze vaderen is te hulp geroepen. Ge ziet dat aan den wonderschoonen gebeel dhouwden predikstoel, en aan de engelen- en zangersgestalten die ge beeldhouwd op en boven het orgel staan. Het zwakst was zeker de schilderkunst vertegenwoordigd, al mag niet vergeten, dat enkele glasschilderingen ook in groote kerken behouden zijn, en dat op de sluitdeuren van het orgel vaak breede schilderstukken voorkwamen. En komt men op de bouwkunst, dan behoeft het wel geen nadere aanwijzing, dat b.v. aan de Westerkerk van Amsterdam wel terdege ook het talent van den bouwkunstenaar beproefd is, zonder dat iemand
toch
wie
de
eisch stelde, dat het kunstelement uit den
den
bouw zou
verdwijnen.
Gebrek aan middelen moge veelal genoopt hebben, de kerkgebouwen zoo eenvoudig mogelijk op te trekken, de bouwkunst is toch bij alle kerken te hulp geroepen, en ook bij den jongsten kerkbouw na de Doleantie is de bouwkunst, waar er geld beschikbaar voor was, allerminst versmaad. Al
het dus oppervlakkig, dat ons kerkelijk leven alle kunst
scheen
heeft uitgebannen, toch blijkt
sporen aanwezig
zijn,
genoegzaam, hoe allerwegen de duidelijke We hebben is geschied.
dat dit niet principieel
op niet één punt principieel tegen ee nig e kunst overgesteld, noch ook in al wat naar kunst zweemde of riekte, een ontheiliging gezien van onze vergaderplaatsen. Dit kon ook niet. Daarvoor is het kunstbeginsel te zeer een algemeen
ons
beginsel, dat heel ons leven beheerscht, dat overal indringt, dat aller-
Zoodra ge u even boven het grof materieele verheft, en dat doet ge immers in het heilige, komt ge vanzelf met het kunstleven en met de eischen der kunst in aanraking De kunst heerscht op het gebied van het schoone, en het schoone
wegen
zijn
eischen doet gelden.
.
is
een
karakter
der dingen, dat
in
zijn
tegenstelling van het leelijke,
overal spreekt, en zich nergens het zwijgen laat opleggen.
Tot
zelfs
rondgaat, leelijk.
het
tafellaken
vertoont
Twee
een
op
vorm,
uw Avondmaaldisch, vorm moet
schakeeringen die wel vaak
scheiding schijnen
te
verliezen,
en de beker die
zijn, schoon of gewone haar ondermaar die voor het oog van wie scherp
en die
in
het
iets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's