Onze eeredienst - pagina 207
GODS TEGENWOORDIGHEID.
203
Gemeente onHet heeft de mystieke warmte
predikatie te spoeden, heeft dan ook aan het leven der
gemeene
geestelijke schade toegebracht.
Het heeft den Dienst veruitvan het geestelijk leven doen afkoelen. wendigd. Het heeft den prediker tot het een en al gemaakt, en het besef van Gods heilige tegenwoordigheid op bedenkelijke wijze doen
afnemen.
Men God
versta dit in zijn diepen zin.
God leeft waarachtiglijk in zijn eeuwige Wezenheid. En met dien levenden God dat we te doen hebben. Zooals moeder voor het kleine kind de wezenlijkheid is, zoo ligt voor ons de wezenlijkheid in het wezen en het leven van onzen God. Zal het goed met ons zijn, en zullen we als een gespeend kind voor onzen God verkeeren, dan moet onze ziel leven onder den vollen indruk van dat wezenlijk bestaan van den levenden God, dan moeten onze gedachten naar Hem uitgaan, dan moet onze geest zich telkens tot hem opheffen, en moet ons hart en ons hoofd beide gedurig in gemeenschap met hem verkeeren, zoodat niet met Hem te rekenen het
leeft.
is
voor ons een onmogelijkheid wordt.
gemeenschapsoefening met onzen God zijn, niet in ons bestaan en in ons leven. Abraham wandelde met God, wil zeggen, dat Abraham van stap tot stap op zijnen levensweg dien Onzienlijken Vriend naast en bij zich bespeurde, met Hem omging en verkeerde, met Hem sprak, en zijn leiding gewaar werd.
moet de
Alzoo
enkel
in
„De
Heere
zeggen,
wil
ook
of
ons gebed, maar
is
Herder,
mijn gelijk
dat,
zijn
staf
en
zijn
stok vertroosten mij,"
de kudde elk lam naar
in
reeds vertroost wordt, waar het, zonder
op den
zijn
hem
herder omziet, te
zien het tik-
harden grond beluistert, dat zoo ook wij
ken
van
van
stap tot stap de leiding des goeden Herders ontwaren, en schier
geen
staf
zijn
uur
doorleven
kunnen, zonder dat er
iets
tusschen onzen
God
en ons hart omgaat.
Alzoo
ieder
echter,
weet
De wereld
loovige
niet.
Allerlei
gesprek
het,
is
gemeenlijk het leven van den ge-
legt beslag
op ons. Ons werk leidt ons af. Wat voor oogen is, boeit
en lectuur verstrooit ons.
ons en houdt ons bezig. En hierdoor ontstaat zulk een bedenkelijke scheiding tusschen onze ziel en onzen God, dat velen zelfs, als ze bidden, de eerst gesloten oogen straks weer openen, zonder dat ook maar één oogenblik hun
ziel
wel waarlijk
bij
hun God
is
geweest, en
zij
Gods
heilige tegenwoordigheid ervoeren.
Meer dan
één ging zelfs vaak
ter
kerke op, zonder dat
hij,
uit
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's