Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 390

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 390

2 minuten leestijd

;

BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.

386

met de aangifte de hand gelicht wordt. Maar hoe men het ook steeds moet het voor den dienstdoenden ouderling mogelijk zijn, het lidmaatschap van den vader en zijn niet-geroyeerd zijn te kunnen nazien. Na afloop van dit onderzoek kan de ouderling hem dat

inrichte,

ondervragen,

hem

of

dan een

om

presenteeren,

af

hebben

oppervlakkig

nog

die

Er

toegelaten.

bestaat,

om

geen

Alles

tijd.

af te wijzen.

gekomen, dat wel de stukken

als

dat

stukken

nazien

der

beteekenis

is

men de zaak

slechts

een

het dan ook voor-

is

genoeg worden

aangedrongen,

toelatingsbewijs

reeds

hij

Dit nu heeft geen

niet ernstig opvat en in het

formaliteit

Daarom kan op

is.

het

orde waren, maar dat toch toe-

plaats greep, onder belofte van den vader, dat

Het toont

zonder

dan

de kerk reeds aangaat, den

ontbrekende den volgenden dag brengen zou.

houding.

is

gaat onverantwoordelijk

Herhaaldelijk

niet in

te

dat onderzoek te doen

niet in orde te zijn,

op zulk een oogenblik,

den^Doop

den koster heeft

worden

En bleek de zaak

doopeling vooralsnog

het

te

veelal

dan

is

toe.

uiterst moeilijk,

lating tot

der kerk gestand doet, en

Belijdenis

de morgen- en middaggodsdienstoefening,

tusschen

keuren.

te

den Doop

tot

De gewoonte, plaats

alsnog de

hij

toelatingsbiljet uitreiken, dat hij bij

eert,

aangifte

die

in

het heilige

des Zaterdags niet

mits met dien verstande, dat ook het op Zaterdag moet zijn afgegeven. Hoogstens kan men vlak voor het aangaan der godsdienstoefening nog rekenen met de aangifte van een kind, dat eerst des Zaterdags geboren wordt maar zoo gehaast is men met den Doop gemeenlijk niet. Is de vader overleden, geen lid der kerk, op reis, gecensureerd, of ook ontbreekt hij, dan treedt vanzelf de moeder in zijn plaats ook dus de moeder van het buiten echt geboren kind. Dit nu levert geen bezwaar op, zoo de moeder reeds genoegzaam uit haar krankheid hersteld is, om in persoon op te komen, maar wel zoo het voortduren van de kraam of ziekte haar thuis houdt. De hierdoor rijzende moeilijkheid heeft men van oudsher opgelost, door in zulke gevallen een getuige te eischen, die, door de moeder gemachtigd, namens haar optreedt, en bij de bediening van den Doop de vragen beantwoordt. Bij voor-overlijden van den vader is hierbij de voogd als vanzelf aangewezen, althans zoo hij lid der kerk is. Anders moet een ander lid ;

der

familie

optreden

;

alleen zoo er zulk een lid niet beschikbaar

een vriend of bekende.

En

is

er

geen getuige

een

der ouderlingen als zoodanig op

zijn

verplichting ^versta,

kind,

waarover

hij

om meer

te

te

is,

vinden, dan behoort

treden, mits

hij

dan ook wel

bijzonder op de opvoeding van het

getuige was, toezicht te houden.

Maar bijzonder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 390

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's