Onze eeredienst - pagina 354
DE KERKELIJKE PLECHTIGHEDEN.
350
Een kwaad in de handelende personen, dat een verwant kwaad kweeken kan bij wie aan dezen eeredienst als toeschouwer deelneemt. Immers zulk een stelsel van vormelijke handelingen en plechtigheden, laat zich door schoonheid van vorm, rijkdom van versiering, en hooge van
opvoering
en
toon-
zangkunst
derwijs
aanlokkelijk maken, dat het trekken kan, ook
voor het al
zinlijk
gevoel
ontbreekt de religieuse
behoefte geheel.
Het geschiedkundig verloop hiervan was geheel natuurlijk. Ziel en lichaam in één
vanzelf voel:
door
uiting
persoon zijnde, heeft de
aan een tweezijdige uiting van
behoefte
het
woord en
verdwijnens
bewegen,
niet
toe
in
het
God
vreest,
zijn
geest,
allerlei trap
de andere rekenende doorloopen.
Het daalt
gebed, als de lippen zich ganschelijk
stil
geen geluid
er
die
godvruchtig ge-
uiting door de handeling; de ééne
rechtstreeks correspondeerende met ook met zijn zinnen. Nu kan die uiting door het woord tot
man
zijn
uit
onze keel komt, en
we
toch zeer wel
we ongemerkt onze gebeden voor God gefluisterd hebben. Dan was het woord er, maar als verborgen. We weten zeer wel, dat het woord door ons bewustzijn ging en uit ons bewustzijn voor weten, dat
God opklom, maar Het bleef besloten
Dat
is
uiting
in
het
bleef buiten aanraking
met de buitenwereld.
onze eigen persoon.
de zwakste uiting van het woord. En tegenover die zwakste
de sterkste uiting, wat omvang en kracht van uiting be-
staat
treft,
in
het
gezang, als elk woord breed wordt
gemeenschappelijke
uitgemeten, de stem des éénen de stem des anderen versterkt, en ten
de uiting van het gezongen woord een omvang erlangt, die ook zonder orgelbegeleiding heel een kathedraal vervult. Of wil men het slotte
woord lijke
in
zijn
rijkste
beteekenis
ontplooiing
nemen wat den inhoud èn de
aangaat, dan gaat
gemeensshappelijk gebed,
hetzij
in
't
inner-
het hoogst hetzij in het roerend
de predicatie van een Chrysostomos
voor de saamgevloeide schare.
Doch
al
is
het,
dat ook dan in de welluidendheid van de stem, of
schoonen zang, de zinnen zich reeds meer doen gelden, toch gebed, gezang en predicatie de geestelijke uiting op den voorgrond staan, zoo zelfs, dat elk dezer drie mogelijk zijn en stichten kunnen, ook waar de zinnen eer gehinderd dan gestreeld worden. in
den
blijft
Er
bij
zijn
predikers geweest, die, hoe schril en wanklinkend hun stem
ook was, en hoe ze ook in geheel hun optreden door houding en den goeden smaak eer beleedigden dan eerden, toch jaren achtereen de schare geboeid, gesticht en vertroost hebben. En evenzoo gebaren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's