Onze eeredienst - pagina 239
KNIELEND BIDDEN.
235
de eerste eeuwen toch was wel het knielen algemeen
In
maar
den
in
knielen na
laten,
te
en bad
men
Hier lag een rijke gedachte
Knielen
zich
is
men
in
nu, dat Christus
dan,
zoo
vaardig
voor
God, en, als een
niet
staande.
is
zich nederbuigen in zijn klein-
zijn schuld.
opgewekt was
oordeelde men, stond
making,
men
meer neder
het
velen terecht allengs de uitsluitende beteekenis
van een zich verootmoedigen Beleed
gebruik,
men
in.
verootmoedigen,
voor
kreeg
en
heid,
in
grooten hoogtijd der kerk, na Paschen, placht
te
knielen,
onze rechtvaardig-
tot
men na Paschen ook
recht-
Christus verloste en gezaligde, had
in
maar zond men staande voor God
zijn
gebed op.
nog andere herinneringen. Van de Farizeën Matth. 1 23 lezen we, dat ze het minden om „staande te bidden". Hierin
mengden
zich
1
Jezus
zegt
teekende,
de
gelijk
woord
het
zelf
:
„Wanneer
naar Joodsche
engelen
gij
staat
overlevering,
gezegd worden
„priester" in het
te
om
te
„het bereid staan tot dienst", staan voor den troon, en gelijk
Hebreeuwsch
met het begrip van Het gronddenkbeeld
insgelijks
staan samenhangt (Koheen van den stam Koen).
dan, dat de vorst in zijn majesteit gezeten, zijn dienstknechten
is
:
Dit staan be-
bidden".
om
zich staan heeft als bereid tot zijn dienst.
Hierin
nu
zochten
de Joden allengs een privilege voor hun eigen
De heidenen knielden, omdat ze zich geveinsdelijk onderwerpen moesten. De Israëlieten stonden als geroepen en verkoren dienaren
volk.
En zoo ook onderscheidden de Farizeën weer tusschen wet niet kende. Zij waren de geroepenen en verkorenen, en daarom minden zij het „aan de hoeken der straten, staande te bidden." Niet om terwijl ze op de hoeken der straten stonden, te bidden. Maar om staande te bidden, op openbare in het oog loopende plaatsen. Nu ziet men u, als ge op den hoek van een des
Heeren.
zich en het volk dat de
:
straat
men
staat, uit
de
én als
men
andere straat aan komt loopen.
En
van twee kanten
tegelijk,
de ééne, én als daarom gaven
uit
juist
aan deze hoeken de voorkeur. En daar zich bevindende, deden hun gebed niet knielende maar staande (Matth. 6 5). Twee denkbeelden vermengden zich alzoo in het „staande bidden". Wie door de vreeze voor Gods mogendheid overmeesterd wordt, werpt zich ter aarde. Van Johannes op Patmos lezen we, dat hij door Jezus' verschijning aangegrepen, als dood voor zijn voeten nederviel. tot Jezus de hand op hem legde, hem aanraakte, zijn vreeze van hem nam, en hem wederom deed opstaan. ze
ze
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's