Pro rege - pagina 308
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
PRO REQE.
302
want
zijn,
was
al
hij
die
't,
kind teelde,
't
liet
ontving het kindeke niet van hem, maar van
komt alzoo toe.
wegnemen,
God. Alleen Gode
hooge en volstrekte oppergezag ook over dat kindeke
het
God kan
leven en het aanzijn
zijn
moeder van
dien vader en die
dat kindeke in den
wegvalt of ook maar eenigszins vermindert. Maar alleen
het
wordt,
in
hooge beschikkingsrecht over
dat kindeke zóó door
met vader en moeder
Hem
berust
al
is
de geboorte en de
verordend, dat het begint
eeren als dragers van een gezag,
te
God
bij
elk kindeke dat geboren
den gewonen gang van het leven
wasdom van
God
dood
zonder dat Zijn hoog gezag over dat kindeke daarmee
waarmee
ze bekleed heeft; en dat niet eerst door een afzonderlijke ordi-
nantie
5de
het
in
maar door de wijze zelve waarop
gebod,
hulpbehoevend
kindeke
zijn
uit
geboren
ouders
is.
Er
is
het
alzoo
tweeërlei uitoefening van het Goddelijk gezag, de ééne rechtstreeks
en onmiddellijk
de onbezielde schepping, de andere door middel
in
van den mensch
als instrument, d.i. afgeleid en
opgedragen, en zich
het eerst in het vaderlijk en moederlijk gezag openbarend.
Het
en
afgeleid
komt
tegen
wat men zou kunnen noemen een gezag,
is
instrumenteel, er
maar toch van geregelde
de ongelijkheid van
uit
ander instrumenteel gezag op,
allerlei
ten
gezag
vaderlijk
eenenmale ontbreekt. Het
genie,
mensch en mensch ook
waarbij die geregelde orde
komt
hoogere geestesgaven.
en
talent
sterkst
orde. Daaren-
dit soort
Ook op
dit
gezag
uit bij
hooger gebied
van menschelijk leven heeft een proces van opbloeiïng en ontwikkeling
plaats,
en
ook
hierbij
motieven aan het
licht;
treden
aan
zijn,
blijft
en zoodra deze eenmaal aan het licht ge-
den minder rijkbedeelde
dan hierin het voorbeeld en Vooral
den niets
in
titel
is
Frankrijk
van
is
initiatief
men gewoon
„meester"
gewoner,
treden wetten of normen, krachten en
dan
te
dat
niet
anders over,
der rijkere geesten
te
volgen.
zulke heerschende geesten met
eeren; niet onwillig maar gewillig; en
een volgeling van zulk een machtiger
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's