Pro rege - pagina 539
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
KENNIS EN MACHT.
aardsche
Philippus
u
Ook zou
we, dat
lezen
verschijning
533
tot
iiij
Nathanaël zeide
„Eer
:
toen ge onder den vijgeboom waart, zag
riep,
u."
ik
onder de gezaligden, die eens een schare van millioenen
er
en millioenen zullen vormen, geen gemeenschap der heiligen denk-
baar
indien hun onderling verkeer gebonden
zijn,
We
perktheid.
Koning
onzen
voor
mogen
den
in
was aan deze be-
ons daarom niet anders voorstellen, of
het
ook deze
staat der heerlijkheid vallen
grenzen voor een aanmerkelijk deel weg. En bezit reeds een engel
ze
dat
feit,
personen en plaatsen hier op aarde, wat
van
kennis
zonden
bepaalde personen en naar bepaalde plaatsen ge-
tot
werden,
vraag
gesteld,
menschelijke
blijkt uit het
en die wisten
Koning
onze
of
natuur
een
vinden,
te
—
dan moet althans de
reeds door de gave van
niet
hoogere kennis
veel
zijn
van onze aardsche
toestanden bezit, dan wij ons gemeenlijk voorstellen.
We
zullen ons wel wachten, hierin verder door te dringen dan
geopenbaard natuur
De
is.
den
in
staat
der
is
We
voorstelling van
heldere
bekwaam
heerlijkheid
aarde voor ons een mysterie.
een
mag
niet,
de
loovigen
dingen weten en
kennis
(1
kunnen en
dat
zalving
den
van
ons
tot
wetenschap
verband brengen wat de
Cor. Xill, openbaart.
hebben,
Heilige
en
geen
andere
slotsom
volk
gaat. ziet,
der gezaligden, en
Waar een aardsche maar
ver-
daardoor
eerst
naren met den toestand van
alle
in
komen, dan dat de veel hooger mate de
is
door zijn
in
zijn staat
dan onze aardsche kennis, èn
op een andere wijze verkregen wordt, èn zeer verre boven
Maar
En op grond van deze gegevens mogen
van verheerlijking, èn andersoortig
zijn
er
andere apostel evenzoo zegt, dat de ge-
een
Joh. 2: 19).
we
1
in
kennis en de wetenschap van den Zoon des menschen
te
om
op
vormen. Al wat we doen kunnen,
te
Schrift ons desaangaande, b.v. in
we
hier
blijft
staan er te laag voor,
de natuur waarnemen, en hiermede
geten
is,
geven op de verschijnselen van soortgelijken aard, die we
acht
in
ons
't
kennis en het weten, waartoe de menschelijke
koning, in
allerlei
zijn
al
onze kennis
paleis, niets
rapporten van
zijn
van
ambte-
volk moet worden bekend gemaakt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's