Pro rege - pagina 141
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
GEEN PARADIJS MEER.
Gods
naar
den
in
toekwam
bestel,
schoot
zou
maar toch
;
doch
vallen,
135
iets,
hem niet vanzelf door hem gegrepen,
dat
integendeel
vastgehouden en verwerkelijkt moest worden. Geen eeredienst wordt
den
mensch
God
zou
kiem
in
zijn
dat
leven
staat
hij
in
gemeenschap met
een vanzelfsheid
zijn
Maar wel
schepping naar Gods beeld gegeven was,
nu wel op, dat deze taak op
er
zijn.
de heerschappij over de natuur, die
breedte, in volle diepte en hoogte zou
en
lengte
Let
onzondigen
hem opgelegd,
wordt in
voorgeschreven. Zijn zijn
in
's
in volle
uitwerken.
menschen schouder werd
gelegd vóór de vloek over deze aarde toog. Zijns zou de heerschappij zijn
over de schepping in haar oorspronkelijke zuiverheid. Er moet
hier
dus
niet
gedacht worden aan een worsteling met de verscheu-
rende dieren, noch aan een eerst later
meerderheid,
en
strijd
kwam
en door inspanning van de normale, den mensch
verleende krachten.
Iets
hiervan vindt ge nog in den dierentemmer
en in den slangenbezweerder.
leeuwen doordien
en
tegen de elementen; dit alles
op; maar aan een heerschappij door geestelijke overmacht
hij
De temmer
heerscht over zijn tijgers
ze imponeert en biologeert.
De temming
zelve heeft wel plaats door tucht, opsluiting en voedselonthouding,
maar
toch,
temmer
wie
bezit,
niet
de eigenaardig biologeerende kracht van den
kan door deze hulpmiddelen geen wild dier aan zich
onderwerpen. Het vermogen niet langer een
eigenschap staat
lijn
te
een wild dier
te
temmen,
is
thans
algemeen menschelijke eigenschap, maar een bijzondere
van zeer
enkele
personen. Een vermogen, dat op één
met het vermogen, dat sommigen bezitten
bioiogeeren en
dat
om
te
nog allerminst
hypnotiseeren. Dit vermogen is
verklaard,
maar toch
is
om
een mensch
een soort mysterie,
alle verschijnsel
van een zwakke nawerking, een sporadisch overblijfsel
vertoont
te zijn
van
de geestelijke meerderheid over de dierenwereld, die oorspronkelijk
aan den mensch
in het
gemeen geschonken was. Dat de dieren oor-
spronkelijk niet wild, woest en verscheurend waren,
zij
hierbij toe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's