Onze eeredienst - pagina 516
;
DE BAN EN WEDEROPNEMING.
512
die in Christus Jezus
werk
en
opdat
„Maar, o Heere, wees ons genadig
is.
vergeef ons onze misdaden, want
tus' wille,
in
onze
harten
hoe
om
Chris-
ons van harte leed, langer hoe meer leedwezen daarover, zij
zijn
uwe oordeelen vreezende, die Gij laat gaan over de hardons mogen benaarstigen om U te behagen". En na deze
wij,
nekkigen,
zonden en van ervaren genade, komt dan de bede van de gansche Gemeente voor dien N. N. Met mocht hem niet langer in de Gemeente dulden. Hij moest afgesneden worden. Maar dit wekt belijdenis van eigen
de Gemeente droefheid, en het
in
nu
zij
God
tot
is
uit
dien geest van droefheid, dat
genade dien afgesnedene
roept, of zijne almachtige
De genade werkt
inkeer mocht brengen.
altoos en de
Gemeente
tot
stoot
niet af, maar trekt aan „En aangezien Gij geenen lust hebt in den dood des zondaars, maar daarin dat hij zich bekeere en leve en de schoot uwer Kerk altijd open staat voor degenen die wederkeeren zoo ontsteek ons toch met eenen goeden ijver, dat wij met goede :
;
vermaningen en voorbeelden zoeken wederom terecht te afgesneden persoon." Toch hangt 't alles aan Gods zegen, of deze afsnijding en het vermaan ten goede zullen werken, en daarom eindigt het gebed aldus „Geef uwen zegen tot onze vermaningen, teneinde wij daardoor oorzaak mogen hebben, ons weder te verblijden in degenen, waarover wij nu rouwe moeten dragen, en dat alzoo uw heilige naam geprezen worde, door onzen Heere Jezus Christus". Tenslotte komt dan het Onze Vader, na elk gebed der Gemeente van bijzondere beteekenis, altoos het hoogste hoogtepunt waartoe het gebed kan opklimmen. Christelijke
brengen
dezen
:
Ook
dit
Formulier zet
gebed en een
lied het
te
onmiddellijk
in.
Men
gevoelt dat een kort
Formulier had moeten inleiden, en evenzoo dat
zielsuiting der Gemeente in haar lied had kan in dit Formulier niet de Sacramenteele stijl heerschen, toch voelt wie in dit Formulier inleeft, hoe gelukkig de staat en toestand van een Gemeente moet zijn, waar 't alzoo kan toegaan. Van heerschzucht is geen sprake. Het is alles een zoeken der
aan
het
laatste
stuk
moeten voorafgaan.
een
En
al
Gemeente en een meeleven met de Gemeente. Hoog moet geestelijk het leven der Gemeente staan, om zulk een plechtigheid mogelijk te maken. Soms komt het in een kleine Gemeente onder ons nog voor. Kan het, dan is het heerlijk, en slechts zie men steeds scherp toe, dat nooit gekwetstheid van de Opzieners wraak zoeke, maar altoos de drang des Heeren
bij
heel zulk een handeling leide.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's