Pro rege - pagina 544
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
538
PRO REGE.
worden,
en
ook
schen
aardsche
den
in
gebonden bleef aan onze
staat der heerlijkheid
we ons onzen Koning op den
beperktheid, zoodat
wat
voor
de menschelijke natuur van den Zoon des men-
alsof
den maatstaf van ons aardsche leven hadden voor dan
zoo,
dit
gegeven,
want
zou
dan zou
en
den Christus
aan
te
Ware
stellen.
niets zijn verleend, niets zijn
van verhooging geen sprake kunnen
er
de Zone Gods bezit
als
troon,
menschelijke existentie aangaat, als onzer één, naar
zijn
zijn,
Goddelijke eigenschappen
alle zijn
hij
De Middelaar, de Zoon des menschen, zou slechts een bijkomstig iets in hem zijn, waarvan geen kracht uitging, en het zou
van
zelf.
tot
den Zone
Gods,
ons hadden
te
den tweeden persoon
tot
van
afgescheiden
zijn,
wenden. Beide naturen zouden
Koning afgescheiden naast elkander van onzen Koning zou, wat alle
in
de Drieëenheid
we met onze gebeden
menschheid, dat
zijn
in
den verheerlijkten
staan, en de menschelijke existentie
Koninklijk regiment aangaat, schier
zijn
beteekenis voor ons verloren hebben.
Aan deze
we ons
onjuiste
voorstelling
nu ontkomen we dan
eerst,
zoo
helder voor oogen stellen het zeer groote onderscheid tus-
schen de menschelijke existentie hier op aarde en de menschelijke
ook ons eens
existentie gelijk ze in het rijk der heerlijkheid
geven
worden,
zullen.
Hoe
de
apostel,
dit
weten
het
is
we,
wezen, want zetelt
het
in
ons
den
in
zijn,
onze
en
is
Beeld is.
Zoo
zijn
en
geopenbaard
hem
eerst
maar
staat
zien
der
in
hij
de
voor
gelijk
volle
eeuwen wacht.
der
zoover
ook
verschil
de
reeds
is
voleinding
allerhoogste
hem
Onze Koning nu
is.
er
Maar
onder
naar
de
aanleg
heerlijkheid
gezal
bekleed,
kunnen de voleindigde openbaring van het
Gelijkenisse
eerst leeft voor
gelijk
schrijft
zijn zullen.
zullen wij
zijn,
lichaam. Zijns
heerlijkheid
Koning met de
kennen en de
geopenbaard wat we
niet
ge-
het verheerlijkt lichaam verrijzen
in
nu nog een mysterie. Geliefden,
verheerlijkt
alleen,
niet
zaligden is
eens is
zal
hij
we zullen
reeds
dit
nog
als
heerlijkheid, die
En
we
als
dit zijn zal,
zal
ons
Gods, waarnaar de mensch in
den Christus
niet alleen
geschapen de Profeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's