Pro rege - pagina 79
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE GROOTE WERELDSTEDEN. maar reeds zeer
heid,
sterk in het
oude
73 en zelfs in de wereld
Israël,
der Heidenen. Plaatselijk aangebeden afgoden vatten het plaatselijke leven
nationale
en
boven de
en
over
aan
die
klom
eenheid
God
achtigen
plaatselijke
bij
de Grieken
Maar hooger
gaf.
toen de aanbidding van den eenig v/aar-
toch,
de wereld binnendrong. Die aanbidding vatte zich saam
de vereering van den Christus, en toen
in
zweefde toch
b.v.
afgoden de hooge idee van Jupiter,
goden zekere eenheid
het heir der
heel
die
maar
saam,
er een tijd
is
gekomen,
dat metterdaad alle menschelijk leven zich in die aanbidding van den
Christus concentreerde. Niet alleen het persoonlijk leven en het leven
van
en familie, maar ook het leven der scholen van weten-
gezin
schap, de gilden onzer nijveren, het stadsleven, het leven van kunst
en vaardigheid,
't
was
alles religieus geheiligd, en
zijn
vereenigingspunt. Zoo
zoo
was
er
was
er eenheid,
vond
in
den Christus
zoo was er saamvatting,
concentratie, en juist dit schonk aan het menschelijk
leven zijn hoogere harmonie als door een heiligen nimbus, die uit de
ongeziene wereld op deze wereld der zienlijke dingen afstraalde.
Thans daarentegen
is
die saamvatting verbroken, die eenheid
weg, die concentratie ging Er
is
een
opdrijft,
te
en
teloor, die heilige
sterke woeling in de wateren, die
daardoor
is
er
troebel geworden, wat
zee, die tot
't
slijk
geen afspiegeling meer
van wat glanst aan het firmament. al
harmonie
De
we om ons
in
is
verbleekt.
van onderen die wateren
klaarheid ging teloor. Het zien.
Het
is
al
is
is
één onstuimige
haar golven door den wind des daags voelt opzwepen, en
geen ruste komen kan.
En toch doet
te
midden van
die uiteenspatting en verbrokkeling
de nooit uitstervende behoefte aan eenheid en saamvatting zich ook nu weer gelden, maar ze werkt thans op heel andere manier. het weleer een
Was
streven naar geestelijke eenheid, thans moet die een-
heid een zichtbaar, een stoffelijk karakter dragen.
Kwam
ze ons vroeger
toe uit de onzienlijke wereld, thans zet ze zich vast in de wereld die voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's