Onze eeredienst - pagina 169
!
; :
!
VOOR DEN DIENST. Den Oorsprong
alles goeds,
Wien
Het „driemaal heilig" zingt
in
't
165
van englen
zalig koor
reinen hemelval.
Toen de aarde nederzonk op hare grondpilaren, Klonk 't galmend lofaccoord de wijde heemlen door. Kwam aan het feestgejuich der kindren Gods zich paren vroolijk maatgeluid der morgensterren koor.
In
Een
lieflijk
beurtgezang van schoone melodieën
Doortrilde tot
Als
Gods
eer het heerlijk Paradijs,
gansche schepslental in zuivre harmonieën Zijn stem gaf, naar zijn aard en elk op zijne wijs De wakkre nachtegaal met sleepend-schel georgel Bezielde door zijn kunst het overig zangrental, Hem stekend naar de kroon met onvermoeiden gorgel, Dat de echo antwoord gaf op 't jubelend vreu^dgeschal. 't
Het zachte windgesuis: het 't
't
Gekabbel en geklots
in
lisplen, fluistren
;
't
plonzen,
dartlen stroom en vliet
Gebrul, gebriesch; geblaat en 't
't blaffen, brommen, gonzen, een schoon, veel duizendstemmig lied; eerste menschenpaar, wier luistrend oor mocht vangen
Smolt
alles in
En 't Wien wondren tonenvloeJ, hun
streelend zin en geest,
Verheerlijkte in dien stond met reine liefdezangen Zijn
God, Die hen verbond op
't
eerste bruiloftsfeest.
Thans rijzen van deze aard veel doffe treurgezangen En schettert de klaroen op 't bloedig oorlogsveld, Moet dikwerf 't boetelied den blijden rei vervangen, En is 't verslagen hart als 't speeltuig zelf ontsteld. Toch vaak ook smelt het weg in zalig-zoete ontroering, Als
bij
zacht toongeruisch het biddend opwaarts zweeft,
Of met een dondergalm Zijn Schepper,
God
wat adem Den Koning van
Looft, al
heeft 't
in zaal'ge
geestvervoering
en Heer eerbiedig hulde geeft.
!
in
heelal.
juichende choralen
Met
cither,
harp en
luit,
Met orgel en bazuin, met trommel en cymbalen Geev' 't menschdom Hem al de eer en galm' Zijn glorie Blijf, godd'lijke muziek! in zilvren stroomen klaatren Gij zijt voor de eeuwigheid met jublend lofgeschal Rolt uit der zaal'gen mond een stemme veler waatren Tot eer van Hem, Die is, Die was en wezen zal
uit
:
:
///
en
den dienst zingt de Gemeente, dan komt de muziek
mag
uit
het orgel alleen begeleiden, leiden, en steunen, en
niet zelfstandig willen optreden.
Maar vóór den
dienst
is
de
ziel,
moet het
een niet
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's