Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 404

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 404

2 minuten leestijd

BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.

400

dan ook

staat

„dat

:

Gij

dit

uw

o

kind,

God,

genadiglijk

moogt

te verrichten

heeft,

aanzien."

Met

dit

Gebed

is

hetgeen de geheele Gemeente

nu ten einde, om straks eerst in de Dankzegging hervat te worden. Nu toch keert, na het Gebed, de Dienaar zich van de geheele Gemeente af, meer bijzonder tot de Doopouders en de getuigen in de „ Vermaning aan de ouders en die mede ten Doop komen." Die Vermaning roept de ouders en getuigen op, om alsnu voor de geheele Gemeente te doen blijken, dat hetgeen in de Verklaring is uiteengezet, door hen beleden en aanvaard wordt. De Vermaning verloopt dan in drie Vragen, waarvan :

de beide eersten de Belijdenis afvergen, en de derde de Belofte. De eerste vragen dringen aan op belijdenis van de waarheid inzake kinderdoop, de tweede op belijdenis van wat de kerk

den de

derde

vraag neemt de belofte

moeder wordt

niet

genoemd) de

af,

belijdt,

en

dat de vader en de getuige (de

Christelijke

opvoeding van het straks

gedoopte kind voor hun rekening nemen.

De

op den voorgrond, dat onze kinderen van Christus' Gemeente worden, maar dit zijn, en in die hoedanigheid aanspraak op den Doop hebben. Vader en getuige moeten toch belijden te gelooven, dat het kind, dat ze ten Doop presenteeren, in Christus geheiligd is, als zoodanig een lidmaat is van Christus' Gemeente en uit dien hoofde op den Doop recht heeft. De tweede vraag wil, dat de vader en de getuigen belijden zullen, te staan op den grondslag des Woords, de XII artikelen des geloofs aannemen en de Belijdenis der kerk, waar ze den Doop van het kind zoeken, aanvaarden. In de Belijdenis des vaders toch ligt de grond voor het geheiligd zijn van het kind. En dan volgt de belofte van de opvoeding. De vader antwoordt hierop ja wat stellig beter is dan het enkele buigen van het hoofd, ook al kan het buigen van het hoofd met het ja gepaard gaan. De rol van den getuige is eerste vraag plaatst het feit

eerst

niet

den Doop

door

lidmaat

:

;

maar komt er toch op neer, dat ook wordt door de beide 'eerste vragen, en bij ontstentenis van een vader, de verplichting op zich neemt, om op de Christelijke opvoeding van het kind toe te zien. Hierbij kunnen vader en getuige of op elke vraag afzonderlijk met ja antwoorden, wat stellig verkieslijk ware, of het ja na gle derde uiteraard eenigszins verschillend,

de

hij

vraag geijkt

Belijdenis

eenmaal

aflegt

die

uitspreken

;

uitgelokt

gelijk

thans

door

De Gemeente neemt aan deze handeling erbij

de

gewoonte

vrijwel

is.

tegenwoordig

is,

en

alzoo

later

in

zooverre deel, dat

als getuige

zij

kan optreden, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 404

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's