Pro rege - pagina 99
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
DE GELDMACHT. zijn
het
God voor hem zijn kan hart. Ons menschelijk hart
93
en mag. Lang worstelde het dan
de
de
rust,
waaraan het de
en de kalmte des levens ontleent. Aanvankelijk
vrede
dan
dat
De ééne maal
af.
God, een ander maal
zijn
dige slingering,
karakter schuift
is
Maar neemt
in.
van
en zinnen begint
dit
in
dat
zijn
in
beeldigen
bidden en danken en
Men
moeten hebben,
iets
Maar
zelf
Het goud, dat
om
men
men
zich,
in het
leunen op een puur denk-
als
hun armelijk noodlot
God
omklemt men de werkelijkheid.
der phantasie er
De
bij
religie
men dan nog
nemen? En zoo wordt voor de armen en mis-
deelden, die zich aan den schijn moeten vergapen, maar
goud
de
wezenlijke
steun
en
hun
religie
religie
uit
te
macht voor de
sterkte.
staan
;
En zoo
bezitters.
Hun
hun
begint dan dat geld met eerst naast
dan komt er een periode waarin het geld de
het hart verdringt; en het eind
aanbidden.
geld en
't
steenrots,
is,
dat er een mystieke
vereering voor het geld-zelf in het hart opkomt. Eerst
mon
schikken.
te
daarboven verheven. Die
rijkaard,
na; zelf
de tegenstelling steeds scherper.
de
beschikt,
neerzien op de
de echte, de wezenlijke god, wat zou
een onwezenlijken
ziel
aan die misdeelden, omdat ze toch
dit
zich in
droom
een is
gunt
men
voelt
jagen
tobbers
geheel de
het
omdat ze haast geen geld hebben, hun heul nog
die,
God.
dan
beschikkingsvermogen over
zulk een geldschat voelt. Half meelijdend gaat
zoeken
valt,
kleven aan het geld
beheerschen. Over hoe meer geld
te
hoe vaster en zekerder men zich
arme tobbers,
te strijden
den vergeten
overmacht aan,
een
zulk
lieverlede
bij
daarentegen neemt
weinigen
God dan
God nog weer naar voren, God zijn troost.
de meesten de naam van onzen
niet
er gesta-
is
het leed of gevaar dat dreigt, een
en zoekt het hart metterdaad weer
Voor
Dan
weren, neemt onze
af te
waartegen met geen goud meer
aan,
bij
geld of kapitaal.
zijn
met geld
dit
de tweede plaats
in
vindt het hart dit steunpunt in
naar gelang van het leed of het gevaar dat ons
al
bedreigt. Zoolang
waarop
heeft een steunpunt noodig,
het vertrouwen, steunen, leunen en rekenen kan, en
wisselt
in
Dan wordt
God
èn
heel de ziel vermetaald tot alle
Mamreligie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's