Onze eeredienst - pagina 278
DE PREDICATIE.
274
maar voor het vaderland weg gaan improviseeren, dan begraaft hij het hij had, zondigt zoodoende buiten kijf tegen zijn Zender, oorzaak dat hij nog steeds achteruitgaat. en is zelf Wie daarentegen, ook al ontving hij maar één talent, met ernst en teederheid voor God stil, rusteloos en getrouw, week aan week, dat weinige dat
om
zoo diep
kan
in den zin der waarover hij beschikt, en in goeden vorm te schrift te stellen, en dit met een deelnemend hart op het geloofsleven der gemeente weet toe te passen, die moge al geen schitterend prediker worden, maar die gaat toch van jaar tot jaar vooruit, en zal zijn Gemeente duurzaam boeien. U zelven in de predikatie te zijn, maar u zelven dan ook in de predikatie ten volle te geven, blijft het geheim van alle waarlijk stichtende Bediening van het Woord en het is met het oog daarop, dat de Liturgische regeling van de predikatie zoo bijna geheel aan den
ééne
talent
ten
volle aanwendt,
Schrift in te dringen,
wat
hij
vond
in
de beste
hij
taal,
—
;
prediker moet worden overgelaten.
Acht
men daarentegen
dit
zich zelf zijn en dit zich zelven geven,
oog te mogen verliezen, dan ware het verre verkieslijker, te doen, wat men in sommige Roomsche en Luthersche kerken gedaan heeft, en aan de voorgangers een stel degelijke, goede predikatiën in handen te geven, die ze alzoo letterlijk voor de Gemeente hadden voor te dragen. Deze postillen, gelijk men zulke predikatiën noemde, voerde reeds Karel de Groote in. Nicolaas van Lyra gaf er in 1471 in vijf dikke deelen een proeve van uit. Even bekend zijn die van Geysler von Kaysersberg. Maar toch onder ons nog meer bekend is de kerk- en huispostille van Luther. De naam postille komt dan van post illa, omdat ze gebruikt worden na de de predikatie
bij
uit het
praelectuur der pericopen uit Evangelie en Apostel. In in
onze Gereformeerde kerken daarentegen
zwang gekomen.
Bij
zijn deze postillen nooit ons eischte men steeds, dat de Dienaar uit
eigen studie, ervaring of geestelijke bezieling zou spreken.
De
prediker
moest zich-zelf zijn, zichzelven aan het Woord, en zoo het Woord aan de Gemeente geven. Dit juist stelde dan ook in onze Gereformeerde kerken aan de Dienaren zooveel hooger eischen. Eischen, waarvan uiteraard niets terecht kwam, zoo de prediker zelf begon met zich-zelven te verdrinken, hetzij in een model waar hij niet bij kon, hetzij in een gemakzucht, die uitliep op het brengen van woorden in plaats van het Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's