Onze eeredienst - pagina 423
DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.
419
Een Heidensch of Mohamedaansch bekeerling hunkert naar Doop. Eerst door den Doop zal hij vol man in de nieuwe gemeenschap worden, en het vele leeren verdriet hem. Bij tuchtzaken doet zich hetzelfde verschijnsel voor. Spant men den boog te sterk, dan verlaat zulk een leerling eenvoudig uw Kerk, en sluit zich bij een andere statie aan. En dan natuurlijk is het hem om 't even, of den
deze
een
statie
gaapt,
leven
Protestantsche
die
tegenstelling,
ons
bij
voelt
hij
of
een
tusschen
kan
niets en
het
Roomsche is. Van de diepe Roomsche en Protestantsche
niets voelen.
hij
Zelfs trekt niet
Rome's kerken den Oosterling aan, en de mindere gestrengheid van de eischen die Rome's kerk mag hij wel. Toch mogen de Gereformeerde staties in bestelt, ginsel hier nooit toegeven. Onzerzijds mag niet gedoopt worden, zelden de rijker weelde van den dienst
er
duidelijk
er
tenzij
genoegzame Reeds
aan.
van bekeering
blijkt
kennis van die religie
men
Slechts legge
in
hier niet
de Christelijke
tot
is,
om
religie
tot belijdenis te
en
leiden.
den maatstaf van onze Westersche landen
vroeger eeuwen namen onze Vaderen met de XII Ge-
in
loofsartikelen, het Onze Vader en de Tien Geboden genoegen, den nadruk leggende op betuiging van boete en overgang, en de belofte des nieuwen levens aannemende. Een Oosterling bestaat anders, leeft
anders, voelt anders en belijdt anders dan wij, en er behoort voor de veel plaatselijke kennis en zielkundig een bekendheid
Zendingsstaties
met den landaard
toe,
recht bekeerling te
sende gronden en
van
bij
de de
dat
nisme,
maar
kinderen,
Mohamed
dat tot
in
zijn
zijn
men met een ophem niet pas-
bij
belijdenis van
zonde
kerkdijken zin genoegzaam aan-
de
vader
of
moeder gedoopt, dan
kinderen natuurlijk vanzelf, en daarom, niet
bij
de
De kennis kan
persoon en
in
eenmaal
Is
Doop van hun
moeilijkheid.
geen overbodige en
Christus,
in
maken.
te
de
voor de overtuiging dat
heeft,
zoeken, en toch anderzijds
te
verlossing
nemelijk volgt
om
doen
ziel
eerste
bekeerlingen
zelve
schuilt de
maar vast moet staan, breekt met den Islam of met het Pagahier gering zijn,
er in zijn levenskeuze een
overgang plaats greep van
Christus en van de Heidensche religie
tot
de
religie der
op den overgang in de geheele levensopvatting komt het aan. Die overgang moet duidelijk spreken, om te kunnen gedoopt worden, maar ook waar die spreekt, geldt het zeggen van den Moorman van Candacé „Ziedaar water, wat verhindert mij gedoopt te worden", met het antwoord van Filippus „Indien gij van harte gelooft, dat Jezus Christus de Zoon van God is, zoo is het geoorloofd u te doopen". Voor een catechisatie
Christenheid.
Het
vele leeren doet het niet
;
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's