Onze eeredienst - pagina 369
BEDIENING VAN DEN HEILIGEN DOOP.
mocht hier
band,
zijn
voor de opneming
in
het volksverband van Israël,
sprake was van het opgenomen worden w.
365
in
maar dat
een veel hooger ver-
het geestelijk verband van het Koninkrijk der
hemelen verband geen verschil maakte, of men Jood of Heiden was dat ieder begon met buiten dit verband te staan, en dus geestelijk onrein te zijn en dat alzoo voor den Jood zoowel als voor den Heiden die geestelijke reiniging onmisbaar was, waarvan het zinbeeid geboden was in den Doop. t.
in
en dat het voor de opneming
in
;
dit
;
;
Gevolg van dezen gang van denkbeelden, en van deze noodzakelijke voorstelling was, dat men in den doopeling aanvankelijk beide zag: zoowel de onreinheid waarmede hij tot den Doop kwam, als de reiniging die hij in den Doop onderging. Er was het met zonde beladen hart, en dit hart werd gewasschen van zijn zondesmet; en evenwijdig hiermede was er het met stof en vuil beladen lichaam, en dit werd door de onderdompeling in de rivier van zijn bezoedeling gereinigd. Zoo was het zinbeeld volkomen. Er was beide malen eerst het onreine, zoo aan de ziel als op het lichaam. En er was beide malen het gereinigd worden, zoowel het gereinigd worden van de ziel door een geestelijke daad, als het gereinigd worden van het lichaam door het water der rivier.
De
geestelijke reiniging bleef daarbij in
tegenstelling ninkrijk
helderder
door
der
op
Paulus
tusschen
hemelen; den dienst
verband staan met de scherpe
het Heidensche leven en het leven in het
en
die
voorgrond, vooral,
tegenstelling
de
Heidenen,
Ko-
steeds klaarder en
meer de Kerk van Christus
hoe
onder
trad
buiten
Israël,
zich, uit-
breidde.
Die tegenstelling was zoo tastbaar.
Onder de Heidenen een leven van zinnelijkheid en werelddienst. Een dienen van de afgoden. Een feitelijk beheerscht zijn door satanische machten. En daartegenover in den kring van het Koningrijk Gods, een leven voor het vaderland daarboven, in geestelijke toewijding en in hoogere liefde. Een dienen niet van de afgoden, maar van den Vader in den hemel. En bij dit alles een feitelijk beheerscht worden door den geest en de macht van Christus. Uit dien Heidenschen in den hemelschen kring overgaan, was waarlijk een overgezet worden uit het rijk der duisternis, waarin men dusver verkeerd had, in het Koninkrijk van den Zoon van Gods liefde. De zoogenaamde duivelafzwering, die hier en daar bij den Doop insloop, laat zich hieruit verklaren.
De Heidenwereld droeg
in
verhoogde mate de
bittere
gevolgen van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's