Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 358

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 358

2 minuten leestijd

DE KERKELIJKE PLECHTIGHEDEN.

354

LXXXIII.

De kerkelijke plechtigheden.

(Slot.)

alzoo eenerzijds de groep van „predicatie, gebed en gezang" van de drie stukken in den dienst des Woords, die zich in het woord (gesproken of gezongen) uiten, daarnaast komt nu als tweede, afzonderlijke groep te staan, die der kerkelijke plechtigheden. Een tweede groep, daarin principieel voor wat de Liturgie aangaat, van de eerste groep onderscheiden, dat hier niet het woord dat men spreekt, maar Staat

als

de handeling die

men

volbrengt, op den voorgrond treedt.

Die onderscheiding gaat uiteraard niet in volstrekten zin door. Ook bij de predicatie, bij het gebed, en bij het gezang wordt iets gedaan, en omgekeerd

plechtigheden wordt tevens gesproken. gebed en gezang kan men zijn lichaam niet ter zijde laten, om enkel den geest zich te laten uiten. Vandaar de onderscheidene usantiën om bij het gebed de oogen te sluiten en de handen te vouwen, te gaan staan, te blijven zitten of neder te knielen. En al mogen bij de predicatie en bij het gezang deze deelneming van het lichaam aan de zielsuiting minder sterk uitkomen, toch is ze er ongetwijfeld. Reeds de gesticulatie onder de prediking levert hiervoor bewijs, terwijl ook bij het gezang de vraag, of men, gelijk ten onzent, zittend, dan wel gelijk bij de Schotten, staande zal zingen, een vraag is die de beteekenis der houding van het lichaam onder het zingen klaar doet uitkomen. Om goed te zingen moet de borst in die houding worden gebracht, die aan de stem de meest vrije beweging geeft en daardoor de ademhaling het meest onbelemmerd doet werken. Valt nu niet tegen te spreken, dat bij zittende houding de borst min of meer ingebogen is, terwijl bij de staande houding de borst vrijer gestrekt wordt, dan schijnt er alleszins aanleiding te zijn voor de klacht, dat in ons vaderland het kerkgezang onder het zittend zingen geleden heeft. Bij alle andere gelegenheden staat men vanzelf en onwillekeurig op, als men aan eenigszins beteekenend gezang wenscht deel te nemen, en ook bij het kerkgezang ware dit zeker het natuurlijkst geweest. Doch ook zonder hierop nu nader in te gaan, blijkt dan toch duidelijk wel zooveel, dat noch bij de predicatie, noch bij het gebed, noch bij de zang elk doen, elk meedoen van het lichaam ontbreekt. Er is ook bij den dienst des Woords in al zijn deelen, behalve de geestelijke

Ook

bij

bij

alle kerkelijke

predicatie,

uiting, tevens altoos zekere handeling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 358

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's