Onze eeredienst - pagina 529
DE BEVESTIGING
om
wordt
IN
HET AMBT.
525
de bediening van het Avondmaal
te doen plaats hebben en door op onze zielen te doen uitgaan. Hierop moest destijds daarom vooral nadruk worden gelegd, omdat de Anabaptisten het bestaansrecht der ambten bestreden. Onnatuurlijk was dit niet. Onder de leiding van Rome had het ambt in de Kerk allengs zulk een karakter aangenomen, dat de geloovigen werden teruggezet en in de macht der ambtsdragers gevangen waren. Hiertegen verzette men zich, maar overdreef, ging te ver en schudde met het bad het kindeke uit. De Anabaptisten zagen niet in, dat het ambt bestaan had lang eer de Roomsche voorstelling van den Clerus was opgekomen. Ze hadden er daarom geen oog voor, dat in het ambt,
die bediening de werking van Christus
het
gelijk
noodige
goede,
der kerk af
het
het
scheiden, het goede
in
plaats van nu deze
zuiveren en
te
te
beveiligen,
te
er uit te verwijderen,
gaan met heel het ambt
saam
En
aan had toegevoegd.
er te
door misbruik ingeslopene
veiligst te
scholen, ten eerste het
bestaan had en behouden moest blijven, en ten anderen
elementen
beide
en
in
elementen
en Schriftuurlijke element, dat er van den oorsprong
misbruik
hetgeen
twee
bestond,
destijds
meenden
niet te doen, en
ze
eenvoudig
Van een kerk in eigenlijken zin wilden ze dan ook niets weten. Nu nog noemen de Doopsgezinden ten onzent zich een Sociëteit en geen Kerk. Alle band moest losgemaakt, ieder moest op zichzelf staan, zoo er banden waren, moesten die louter geestelijk blijven, en elke uitwendige vorm moest worden uitgebannen. En te meer neigden ze hiertoe, toen ze zagen hoe in de Engelsche
als
broeders
te
leven.
kerk het Bisschoppelijk stelsel gehandhaafd bleef, en hoe in Duitschland
en
weer een
in
de
Scandinavische
van
opvatting
het
episcopaat van de Vorsten alles aan,
in
landen
ambt
in
de
Luthersche
zwang
het land toeliet.
bracht,
practijk toch
die zelfs een
Men waagde
er liever
dan dat men den weg insloeg, waarlangs het clericalisme weer al was het onverstandig en onbezonnen
zou kunnen binnensluipen, en
men kan
het
toch
verklaren,
gingen en de waarheid, die
in
dat het
zij
ambt
in
den eersten aanloop
ligt,
niet
te
ver
erkenden.
daarom echter voelden de Gereformeerde kerken te meer haar roeping, om de positie van het ambt in het midden der Gemeente ongeschonden te bewaren en door plechtige bevestiging van de ambtsdragers het ambt in het heilige zelf in te schakelen. Zeker, de Christus had gezegd „Eén is uw Meester en gij zijt allen broeders ". doch dit was gezegd tot de jongeren toen Christus nog bij hen was, en eer Hij van hen scheidde, had hij zelf het ambt onder hen ingesteld, ze als apostelen aan het hoofd van de jonge Gemeente geJuist
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's