Pro rege - pagina 52
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
46
PRO REGE.
En zoo
zal
tot
den einde toe de Kerk van Christus een gemengd
lichaam blijven,
in
Kerk
die
het Voorhof onderscheiden
van het Heilige der Heiligen.
blijven
De
ook
en
overmacht,
over de natuur gewonnen, en de geregelde gang
ons menschelijk leven
die in
kwam, kon daarom ook op
stand
tot
de Kerk van Christus niet zonder zeer grooten invloed blijven. Zelfs de
toegebrachten
op
geren,
't
door aangedaan, maar vooral op de jon-
er
zijn
opgroeiend
reeds den mannelijken
geslacht
geheele veranderde verhouding,
natuurmachten
bevinden,
Had ons tegenwoordig
we ons
v/aarin
bereikten ze
al
staan,
moet de
thans tegenover de
zeer ingrijpende uitwerking hebben.
een
geleefd in de 16e eeuw, het zou
geslacht
religieus geheel anders staan
en op hen, die,
nog van verre bleven
leeftijd,
dan thans. En ook omgekeerd, had het
geslacht van toen onze macht over de krachten der natuur bezeten,
hun
religieus
zou veel zwakker van toon
leven
In zichzelf blijft hij alle
verschil
tusschen
eeuwen door nagenoeg
eeuw en eeuw teweeg
onderscheiden invloeden die op onbillijk
aan
tegenover
uw
blijft
dezelfde, en wat
toeschrijft,
ge,
wat nu u
op
ge wordt
ergert, enkel
en hetgeen vroeger den toon
Een zoo mach-
in het leven als de onmacht tegenover de natuur, of de
overmacht die blijven
't
brengt, zijn juist de zeer
aangaf, uit enkel godsvrucht en vroomheid verklaart. tige factor
de mensch.
hem inwerken. En daarom,
omgeving, zoo
boosheid en moedwil
geweest, dan
zijn
De mensch
het nu in de historie voor ons treedt.
we
thans over haar wonnen, kon niet zonder invloed
de wijze
waarop
het religieuse leven zich vertoont en
voordoet. Wij, die in onze dagen nog muurvast aan het geloof der
vaderen
mogen vasthouden, worden
gelukkige tijdgenooten, zoo
in
hun gemis aan
onze min-
religie enkel
boos-
we snijden ons den pas af om ten goede op hen in werken, zoo we niet een ernstige poging wagen, om hun gemis
heid te
we
onbillijk tegenover
aan stand huist
zien,
en
religie te
doorzien en
te
begrijpen.
Op
tegen de Religie een boosheid der
van
zichzelf
ziel,
is
elke tegen-
maar deze boosheid
nature in ieders hart, en huisde evenzoo in de ziel van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's