Pro rege - pagina 315
of, Het koningschap van Christus. Eerste deel. Het koningschap van Christus in Zijn hoogheid
GEEN VERGEESTELIJKING.
van den sterken arm nog meer op den voorgrond schoof.
geweld
En wat ook beproefd einde
309
te
is,
om
deze gedeeldheid en verbrokkeling een
doen nemen, door de vele volken
één
tot
onder één
rijk,
keizer te hereenigen, nooit heeft dit verder geleid dan tot de heer-
van één volk over de
schappij
andere volken, en
een kunst-
tot
matige eenheid van een deel der wereld, beklonken door het zwaard.
Hiertegenover
nu
dank
bleef in het menschenhart,
zij
de Open-
baring, het ideaal der oorspronkelijke schepping stand houden.
opperhoogheid
over
Gods
heel ons menschelijk geslacht als eenheid, en
over alle kringen van gezinnen, familiën, geslachten en stammen
voorbehoud
die eenheid, zonder eenig
Heere
onze Koning, de Heere
is
is
te
in
erkennen en huldigen. De
onze Wetgever, de Heere
onze
is
Rechter. Dit gezag voorzooveel het beschikkingsrecht en voorzienig-
heidsbestuur inhield, door
God
Drieëenig rechtstreeks uitgeoefend,
maar voorzooveel het ons menschelijk leven uitwendig regelen en
God
beheerschen moet, instrumenteel door menschelijke personen, die
met
gezag bekleedde. En wel bekleedde, niet door rechtstreeks
dit
maar door de
ingrijpende
aanstelling,
leven
zelf,
in
gezin
en verwekker van
en
hun
innamen.
kring
plaats die ze, krachtens het
De
vader, als stichter van
kroost; waar
zijn
hij
't
wegviel de moeder;
waar ook deze afwezig was, de oudere der broeders over de
jongeren.
En naar
Gods over
voering
dit
voorbeeld moest dan de instrumenteele gezag-
heel ons geslacht tot stand
komen. Een Koning
moest komen, die aan het hoofd van heel het menschelijk geslacht zou
staan,
maar die dan ook krachtens
zijn
wezen metterdaad
organisch hoofd van het menschelijk geslacht kon
Adam,
die in
verhoogden
metterdaad was. En het
zin datgene zijn zou, is
zijn.
het
Een tweede
wat de eerste Adam
het grijpen naar dat ideaal, dat ook
uit
opgekomen. Opgekomen
door
het
Messias-ideaal
het
zinnen en peinzen van het Israëlitische volk, dat zich als volk
veeleer
bij
nimmer boven
Israël
zijn
is
particuliere
heffen, en zelfs in Jezus' jongeren
van
het
Koningschap
in
Israël,
enghartigheid wist
nog sprak van
maar een
niet
het
te ver-
weer oprichten
ideaal dat door
God
aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911
Abraham Kuyper Collection | 579 Pagina's