Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Onze eeredienst - pagina 431

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze eeredienst - pagina 431

3 minuten leestijd

DE OVERGANG VAN DEN HEILIGEN DOOP TOT HET HEILIG AVONDMAAL.

God

bezitten,

waarnemen te

groote

kan".

In

bidden, goede voornemens koesteren, hun beroep

en wel liefhebbers der vroomheid

zijn,

427

vlijtig

maar van geen

al

men

in

de wereld zoo nauw niet leven

de massale kerk scheidt

hij

alzoo vooreerst af allen die een

preciesheid,

daar

maar ook in de tweede plaats alle dezulken, die wel burgerlijk een onbesproken gedrag leiden, en zelfs den indruk maken van vroom te zijn, maar bij wie de vroomheid het geestelijk gevoel mist, en die daarom als schijn-, mond- en naamgeloovigen, met al hun drogredenen, nog verre van het Koninkrijk Gods staan. Doch ook wat dan overblijft, mag nog allerminst geacht worden reeds aan het leven deel te hebben. Veeleer toch moeten ook nu weer de „bekommerden" van de „waarlijk geloovigen" onderscheiden worden. De „bekommerden" mogen echter, en hier legt hij nadruk op, niet verward worden met de „nabijgekomen schijngeloovigen", die wel toestemmen, maar het bij die uitwendige toestemming laten. Hun „schijn" van geloof is iets sterker, maar in hun hart zijn ze nog ergerlijk

leven

„natuurlingen".

leiden,

„Bekommerden daarentegen

zijn

dezulken, die waarlijk

Doch ook hier moet men weer voorzichtig zijn en de „verlegenen" niet met de „bekommerden" op één lijn stellen. Ook de „in hun conscientie overtuigden" zijn nog de ware bekommerden niet, evenmin als zij, die slechts „klagen om te klagen", of onder wat vorm ook een schijnbekommerdheid uitgeven, waar geen waarheid achter zit. En eerst na die „bekommerden" komen dan de wezenlijk „begenadigden", die „Gods volk" zijn, maar ook op hun beurt weer in velerlei graden uiteenvallen. Reeds destijds hielden, naar Werumeus in zijn voorrede mededeelt, deze weinige kerkleden die tot Gods volk behoorden, „hun gezette en verquickelijke bijeenkomsten". Dit bijeenkomen als vroom gezelschap keurt Werumeus goed, en zegt dat hij ze zelf „meermalen met geen gering genoegen bijwoonde en alzoo ooggetuige was, dat alles naar Gods wil ingericht was". In deze bijeenkomsten voerden dan enkelen meer regelmatig het woord, die hij „oefenaars" noemt, en van wie hij betuigt, dat ze de Leeraars niet uit, maar in de hand werkten". De toestand die zich hierin afteekent, was alzoo deze: Het Verbond was losgelaten, aan den Doop der kinderen werd geen waarde meer gehecht, want hun geboorte uit leden der kerk kon ze niet als lidmaten van Christus doen voorkomen. Aan het Avondmaal namen juist zij 't meest deel die er geen aanspraak op hadden, en de bekeerde zielen bleven er van weg. En feitelijk was er in een Gemeente van door

's

Heeren

geest

begonnen ontdekt

te

worden".

eenige duizenden zielen slechts een zeer kleine groep van waarachtig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's

Onze eeredienst - pagina 431

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1911

Abraham Kuyper Collection | 568 Pagina's